Tips:
Klik op de rubrieken hier onder om naar de tips te gaan:
Kisiel een geheel vegetarisch yoghurt substituut
Kisiel: - Naar boven
Gemelkzuurd graan wat man als ontbijt of als lunch kan eten.
Kisiel is voor de eerste keer beschreven in Rusland in het jaar 997 en werd veel gegeten in oost Europa maar ook in Duitsland.
Kisiel is eigenlijk een pap gemaakt van water, haver, gerst of tarwe die uit zichzelf gemelkzuurd wordt.
Kisiel word in sommige landen ook Zug genoemd.
Het maken van Kisiel:
Men kookt 1 decileter haver, ½ dl gerst en ½ dl volkoren rijst met 6 keer zoveel water in een snelkookpan gedurende 2 uur.
De pap laten afkoelen en dan voegt men een beetje goede biologische zuurkool toe om het proces te starten.
Daarna zet men het geheel op een plaats met kamer temperatuur.
Na 2 etmaal kan men ervan beginnen te eten.
Daarna voegt men nieuw gekookt graan toe nadat men een beetje van het eerste goedje en na een etmaal is alles weer gereed.
Kisiel is een goede vervanger voor degene die van pap met yoghurt houden.
Kisiel smaakt ongeveer hetzelfde.
Kisiel kan men dus als ontbijt eten of als lunch maar ook als hapje tussendoortje, in soep of als dessert als men wat fruit van het seizoen toevoegt.
Andere zaken die men met kisiel doen kan:
- Kisieldressing: Kisiel, wat shoyu, fijngesneden ui en wat sesampasta.
Meng alles goed.
Men kan dan de dressing in een salade gebruiken.
- Kisiel als zuurdesem starter:
Meng 50 gram meel met 1 theelepel kisiel en wat water.
Na een etmaal kan men zoveel meel toevoegen zodat men voldoende zuurdesem heeft om
ermee te bakken.
Men kan natuurlijk ook andere graansoorten gebruiken en het gaat ook uitstekend om graanrester van het afgelopen warm eten te gebruiken om kisiel te maken.
De landen van oorsprong van de belangrijkste groenten-, fruit- en graansoorten: - Naar boven
- Ethiopië: Banaan gerst koffie
vlas ocra ui
sesam sorghum (durra) tarwe
- Middellandse zee gebied:
Asperge bieten kool
andijvie/witlof hop sla
haver olijven pastinaak
rabarber tarwe
- Afghanistan: Klaver amandelen abrikoos
gerst bieten kool
kers dadel wortel
vijg vlas druif
linzen haver ui
erwt peer rijst
tarwe
- Centraal Azië:
Amandelen appel abrikoos
tuinboon wortel katoen
vlas druif hennep
linzen mosterd ui
erwt peer sesam
spinazie pastinaak tarwe
- India, Pakistan:
Komkommer aubergine kikkererwt
hennep jute citroen
mango gierst sinaasappel
peper rijst rietsuiker
- Java, Maleisië,Thailand:
Banaan kokosnoot gember
Grapefruit rietsuiker
- China, Vietnam, Japan:
Adukiboon abrikoos boekweit
chinese kool sorghum (durra) gierst
haver perzik radijs
rabarber sojaboon rietsuiker
thee rogge
- Mexico, Guatemala:
Boon majs cacao
zoete aardappel tabak tomaat
- Peru, Bolivia, Ecuador:
Boon cacao majs
katoen aardappel tabak
tomaat
- Chili: Aardappel aardbei
- Brazilië, Paraguay:
Cacao cassave rubber
pinda ananas
- USA: Zonnebloem veenbes topinambour (aardpeer).
De russische bioloog en geneticus Nicolay I. Vavilov (1887-1943) ontdekte dat alle graansoorten en groenten hun oorsprong hebben in de derde wereld.
Hij noemde deze centra voor "genencentra" maar deze worden nu "Vavilov centra" genoemd.
De meeste centra zijn bergstreken met een hoogte tussen 500 en 2500 meter boven de zeespiegel.
Vavilov deelde deze centra in 5 hoofdcentra:
- Zuidwest Azië met India, zuid Afghanistan, Iran/Irak en Turkije.
- Zuidoost Azië met China, Japan en Vietnam, Thailand, Java en Maleisië.
- Middellandse zee gebied met Egypte, Algerije, Tunesië en Israel, Syrië, Griekenland.
- Ethiopië
- Latijn Amerika met Peru, Mexico, Guatemala, Bolivia, Ecuador, Chili, Brazilië en Paraguay.



De zee en de teelt: - Naar boven
Natuurlijke bijenteelt: - Naar boven
Dit is een bijenteelt met als doel om de natuurlijke weerstand tegen ziekten en aantastingen van de bijen te versterken.
Eigenlijk is dit een soort bijenteelt die supermodern is maar toch helemaal natuurlijk.
Als de nu gebruikte bijenteelt zo verder gaat worden de bijen steeds meer gevoelig voor meerdere nieuwe en al aanwezige ziekten en aantastingen.
Zelfs al is honing en pollen echte gezondheidskost kunnen de bijen toch aangetast worden door ziekten en parasieten.
De oorzaak kan zijn dat ofwel de honing en de pollen niet langer zo gezond zijn ofwel moeten andere faktoren een rol spelen.
Wetenschappers i onder andere Duitsland en Nederland hebben geconstateerd dat het zowel het ene als het andere is.
Zij ontdekten dat de werkelijke oorzaken zijn:
1. De bijen kunnen niet meer hun ramen volgens de natuurlijke vormen bouwen.
2. De koninginnenteelt van tegenwoordig.
3. Het gebruik van vreemde koninginnen.
4. Het gebruik van kunstramen.
5. Suiker wordt als wintervoeder gebruikt.
6. Niet natuurlijke bijenkasten.
7. Vreemde bijenrassen.
8. Het reizen van de bijen naar andere landschappen.
9. Het verplaatsen van ramen en vlieggat.
10. Het achteruitgaan van de veelverscheidenheid van de flora.
Ad 1) Oorspronkelijk bouwde onze bijen hun ramen rond of afgerond.
Dat ziet men als men in een bijenkorf van stro kijkt.
Dat rond of afgerond bouwen zoude zij nog steeds doen als wij hen geen vierkantige of rechthoekige ramen geven met voorgeperste middenwand.
Ronde of afgeronde ramen zijn hun grondvorm en daarbij komt dat de bijen de kracht invloed van de zon willen volgen want zij bouwen de ramen zo omdat de zon en de bloemen rond zijn.
Door de bijen de moderna ramen te geven kunnen de bijen niet hun instinkt volgen en worden zij daardoor verward en gestressd.
Ad 2) Door de tegenwoordige koninginnenteelt worden de krachten en de invloeden die de bijen via de celvormen van de koninginnencellen gestoord en bovendien beleven de bijen het grootbrengen van koninginnen van ei tot de geboorte van de koningin niet.
De koninginnencellen worden normaal door de bijen gebouwd op plaatsen die hun instinkt aangeeft.
Geeft men hen koninginnen ramen kunnen de bijen hun instinkt niet geheel voltooien en dat heeft zeker een negatieve invloed op de bijen.
Bovendienworden de koninginnen door de menselijke selectie zwakker of zij krijgen slechtere erfelijke eigenschappen want zo gauw de mens ingrijpt in de natuur wordt het altijd een verslechtering!
Ad 3) Doordat men reeds bevruchte koninginnen in de bijenkast laat lopenwordt hun wil tot voortplanting door eigen koninginnen te kweken onderkent en de bijen kunnen hun instinkt niet volgen.
De bijen willen traditioneel al hun instinkten doorlopen precies zoals wij onze tradities willen hebben bijv. Kerst.
Zonder de kalkoen of kerstdiner is het geen echte Kerst, dat is voor de bijen precies hetzelfde.
Ad 4) Door de bijen reeds voorgeperste middenwanden te geven waar ze verder op bouwen, krijgen ze minderwaardige spullen in de bijenkast en kunnen de cellen die zij instinktief en door de druk van de natuur willen uitbouwen, niet verkrijgen.
Wil men bijen krijgen de de grootst mogelijke natuurlijke weerstand krijgen moeten de bijen de wetten van de natuur kunnen volgen en niet gedwongen worden de begeerte van de mensheid naar geld en macht te volgen.
Ad 5) Omdat wij onze bijen
suiker als wintervoeder geven hetgeen de bijen als minderwaardig voeder ervaren
vergeleken met honing, krijgen de bijen minder weerstand en krijgen zij niet de
levensbrengende krachten die de honing geeft.
Het beste zou zijn als de bijen zouden kunnen overwinteren op lentehoning want
zo gebeurt het in de natuur en is tevens het beste voor hun maag- en darmsysteem.
Is men toch gedwongen de honing te vervangen met suiker omdat men teveel honing heeft weggenomen om te kunnen verkopen (geld en macht!), is de beste methode om een kruidenthee toe te voegen gemaakt van kamille, brandnetel, duizendblad, paardebloem, heermoes, echte valeriaan en eikenschors.
Dan wordt het bloed van de bijen meer alkalisch en daardoor wordt de weerstand verhoogd.
Kamille Matricaria chamomilla
Paardebloem Taraxacum vulgare
Echte Valeriaan Valeriana sambucifolia
Brandnetel Urtica dioeca
Heermoes Equisetum arvense
Duizendblad Achillea millefolium
Eikenschors Quercus robur.
Waarom bijv. duizendblad?
Duizendblad activeert de kaliumbalans van gewassen, bevat zelf veel kalium maar groeit op kaliumarme gronden.
Al deze kruiden vitaliseren onze bijen die een betere weerstand krijgen.
De wetenschap heeft bewezen dat het bloed van de bijen minder alkalisch wordt doordat zij een suikeroplossing krijgen in plaats van honing en daardoor vermindert de weerstand.
Voegt men daarentegen de kruiden toe is de vermindering bijna nul of wordt zelfs wat meer alkalisch en de weerstand van de bijen is onveranderd of stijgt zelfs iets.
Dus een aanleiding om de kruiden te gebruiken maar gebruik dan slechts de wildgroeiende, niet die in de buurt van industrie of snelwegen groeien!
De theebereiding:
Men neemt gedroogde bloemen van duizendblad, kamille, echte valeriaan en paardebloem.
Van ieder neemt men 10 gram dus tesamen 40 gram.
Men giet er 1 liter kokend water over heen.
Na 15 minuten zeeft men de bloemen weg.
Men neemt hele brandnetel planten, heermoes planten en een klein stukje eikenschors en droog dit alles.
Daarna neemt men van ieder soort 10 gram, tesamen 30 gram, leg dit alles in 1 liter water en kook dit op.
Na 10 minuten zeeft men alles weg.
Meng de 2 kooksels met water en suiker totdat men de oplossing krijgt die men gewoon is te gebruiken.
1 liter kooksel is genoeg voor 100 liter suikerwater.
De kruiden worden op speciale dagen geplukt:
Paardebloem: Op lichtdagen, vroeg 's morgens, het hart van de bloem mag nog niet open zijn
Kamille: Op lichtdagen als zij beginnen te bloeien, de hele plant wordt geplukt
Brandnetel: Op lichtdagen als zij beginnen te bloeien, de hele plant wordt geplukt
Eikenschors: Op aarddagen, de niet te jonge, groene schors
Echte valeriaan: Op lichtdagen, 's morgens, rond midzomer
Heermoes: Op lichtdagen, de hele plant wordt geplukt, men neemt wat oudere planten
Duizendblad: Op warmtedagen, als de zon in de leeuw staat vanaf midden augustus.
Deze dagen vindt men in de verschillende zaaikalenders.
Waarom deze verschillende dagen?
Matthias K. Thun, een duitse onderzoeker, heeft ontdekt dat de verschillende delen van een plant wordt bevoordeelt op verschillende dagen door de invloeden van de planeten en sterren (Denk aan eb en vloed ten gevolge van de maan!).
Bijv. aarddagen houden verband met de wortels van een plant.
Zaait, bewerkt, wiedt en oogst men wortels (peen) op deze aarddagen krijgt men een betere kwaliteit en de wortels bewaren bovendien langer en beter.
Er zijn 4 verschillende dagen:
Bladdag Waterelement
Vrucht/Zaaddag Warmteelement
Worteldag Aardeelement
Bloemdag Lichtelement
Deze dagen hebben verband met het feit dat de planeten en sterren voor verschillende sterrenbeelden staan.
Deze dagen kan men in de verschillende zaaikalenders vinden.
Sterrenbeeld: Vissen Ram Stier Tweeling
Kreeft Leeuw Maagd Weegschaal
Schorpioen Boogschutter Steenbok Waterman
Element: Water Warmte Aarde Licht/Lucht
Plant: Blad Vrucht/Zaad Wortel Bloem
Weer: Nat/Water Warmte Koel/Fris Helder/Wind
De Bijen: Honing verzorgen Nektar halen Wasbouw Pollen halen.
Wat gebeurt er als we in de kast kijken op deze verschillende dagen?
Als we de deksel verwijderen ontstaat er Chaos in de kast want de bijen worden gestoord.
Door de kast te openen = Chaos, stromen er ook meer krachten uit de omgeving de kast in: van het weer, licht maar ook krachten van de planeten en sterren (eb en vloed van de maan!).
Daardoor kan men het bijenvolk een beetje extra beïnvloeden.Zwakke volken worden het best behandeld op lichtdagen, ze halen dan pollen en worden daardoor wat sterker.
Op bloemdagen is het prima om het volk te behandelen want dan worden de bijen gestimuleerd het broed wat extra te verzorgen.
Op bladdagen is het beste helemaal niet in de kast te kijken want dan zijn de bijen meer aggressief en het is dan ook niet goed om honing te slingeren of honing in potten te doen want dan gist de honing sneller.
Ad 6) Doordat wij bijenkasten bouwen met verschillende chemische lijmen worden onze bijen negatief beïnvloed.
Dat kan hetzelfde effect hebben als bijv. radon en formaldehyd hebben op de mens, men kan van deze dingen ziek worden.
Zelfs bijenkasten gemaakt van niet natuurlijk materiaal als bijv. frigoliet enz. kan schadelijk zijn voor de bijen, niet direct maar op langere termijn.
Gebruik in de plaats daarvan kasten gemaakt van hout, stro of leem + stro.
Niet natuurlijk materiaal schermt de bijen af van hun omgeving zodat zij niet deel kunnen krijgen van de omgevende natuurlijke krachten (denk eens aan Faraday's kooi).
Daarnaast kunnen er problemen ontstaan in de kast met vocht door een slechtere ventilatie en cirkulatiewat als gevolg kan hebben verschillende schimmelaantastingen.
Ad 7) Niet nederlandse bijenrassen als Carnica, Buckfast en Kaukasische bijen kunnen in Nederland/België niet de pollen en nectar vinden, verteren die zij gewoon zijn te gebruiken en die zij nodig hebben.
De echte nederlandse bij (als die nog bestaat) vindt de pollen en nectar die zij kan verteren.
De ingevoerde bijen worden verzwakt, krijgen zwakkere weerstand afhankelijk van dat de enzymen in het maag-darmstelsel niet aangepast is aan de pollen en de nectarsoorten die in de Lage Landen te vinden zijn.
De nederlandse bij heeft wel die enzymen dus de weerstand wordt niet verminderd.
Voor de immigrerende bijenrassen duurt het vele generaties eer de erfelijke aanleg zich aangepast heeft om de goede enzymen te produceren.
Ad 8) Door het reizen met de bijen naar verschillende landschappen en flora moet het maag-darmstelsel van onze bijen zich steeds weer aanpassen.
Zij hebben niet altijd de benodigde enzymen voor de verschillende pollen en nectarsoorten, het duurt lang eer de enzymen aangepast zijn aan het nieuwe voedsel.
Ad 9) Door het vaak verhangen van de ramen met broed en het verplaatsen van het vlieggat om onder andere de zwermdrift te sturen verstoren wij de harmonie in het volk.
De bijen voelen zich gestressd en gestoord, daardoor verzwakt de weerstand.
Ad 10) Door de achteruitgang van de veelvoud van de flora krijgen onze bijen een meer eenzijdige voedersamenstelling.
Dus daardoor wordt hun enzymsysteem meer eenzijdig, niet meer goed aangepast aan de veranderlijke voorkomst van nectar- en pollensoorten, daardoor vermindert ook hun weerstand.
Het zou intressant zijn voor de bijenhouder om goede bijengewassen en vele verschillende soorten ervan te telen.
Op deze manier kan men de bijen helpen de weerstand tegen ziekten en aantastingen te verhogen.
Om eventuele Varroamijten die op binnenvliegende bijen zitten maar ook de mijten op bijen in de kast te mijden is het intressant om sterk geurende aromatische planten voor het vlieggat te telen.
Dit zodat de bijen de geur op hun lichaam krijgen waar de mijten niet van houden.
De aromatische planten zijn onder andere:
Tijm, Salie, Oost-indische kers, Citroenmelisse en Absinth alsem.
Probeert men te onderzoeken wat de oorzaak is dat onze bijen zo verzwakt worden zodat zij nu zo gevoelig zijn voor ziekten en parasietaantastingen, hoeft men niet zo lang te zoeken eer men tot slot bij de echte oorzaak terecht komt namelijk de begeerte van de mens naar geld en macht, ook de macht over de natuur.
Zou de mens de bijen op een bij natuurlijke wijze houden zodat het bijenvolk niet gestoord en verstoord wordt, zouden wij ons niet druk hoeven maken over hun toekomst, de gezondheid en overlevingskansen van hen en daardoor over onze gezondheid en bovendien de gezondheid van de natuur (pollinering!).
Zonder een bij natuurlijke bijhouden is het mogelijk dat er in de toekomst meerdere nieuwe ziekten en parasietaantastingen optreden.
Het is beter en goedkoper om te voorkomen als om te bestrijden naderhand.
Geraadpleegde literatuur:
- Über das Wesen der Bienen- Dr. Rudolf Steiner. 1923/1978 Goetheanum te Dornach Zwitserland.
- Die Biene, Haltung und Plege- Matthias K. Thun. 1986 M. Thun Verlag te Biedenkopf Lahn Duitsland.
- Koberwitzer Vortrag- Dr. Rudolf Steiner. 1924/1977 Goetheanum te Dornach Zwitserland.
- Aussprache zur Varroa-Frage- Matthias K. Thun. Lezing voor "Arbeitskreis Imker in der Biologisch-Dynamische Arbeit" 21 juni 1984 op Hofgut Fischermühle te Rosenfeld (Baden Würtemberg) Duitsland.
Intressant adres: www.biodynbijen.nl
Bloemen: - Naar boven
- Het bewaren van vorstgevoelige bloemen
en andere gewassen:
Laurierblad, oleander en rozemarijn willen een koele maar lichte plaats
hebben.
Mannentrouw (Plumbago auriculata), fuchsia, ooievaarsbek (Geranium),
granaatappel en doornappel (Brugmansia suaveolens) verliezen hun
bladeren en hoeven daarom niet direct wat licht te hebben maar wel een
koele, vorstvrije plaats.
Neem de bladeren van deze planten weg en zorg ervoor dat de grond niet te
vochtig is voordat de plant de kelder ingaat.t.t.
Is de luchtvochtigheid voldoende hoeft men geen water te geven.
Ventileer de kelder als het er te warm wordt.
- Takken die met de Kerst moeten bloeien en het ook een tijd uithouden:
Snij deze takken de 4e december, zorg ervoor dat deze vele knoppen hebben.
Leg de takken 12 uur lang in de badkuip met water dat 35-40 °C warm is.
Men kan zo met de volgende gewassen doen:
Kers, forsythia, wilg, amerikaanse kornoelje (Cornus florida), peperboompje,
sierkers, dwergmalus (Malus toringo var. sargentii), jasmijn, japanse sierkwee (Chaenomeles
japonica), hazelaar, zwarte els.
Bessen: - Naar boven
- Bessenstruiken:
Het is goed
om bodembedekking van levensboom (Thuja) en compost ervan
te gebruiken tegen onkruid onder fruitbomen en bessenstruiken.
Zaai onder en rond de struiken: Alexandrine klaver, zomerwikke,
lampionplant (Phacelia), mosterd, (erwten, paardebonen).
Snoei de struiken direct na de oogst: neem 2-3 oude takken weg zodat
nieuwe takken goed sterk kunnen groeien.
Tegen ziektes: Bestuif preventief met steenmeel, bemest niet met té
stikstofrijke mest, bemest niet extra met bloedmeel of kippenmest.
Bespuit ook met 1:5 verdunde akkerpaardestaart thee tegen meeldauw en
andere schimmelaantastingen.
Hak monnikskap (Aconitum) in 10 cm grote stukken en leg deze onder de
bessenstruiken tegen aalbessenroest, ridderspoor heeft hetzelfde effect.
Vroeg in de lente en zelfs op sneeuw kan men zeewierenkalk en houtas
(kalium) strooien, steenmeel wordt het gehele jaar gebruikt.
Dat de struiken vele onrijpe vruchten laat vallen, is het gevolg van:
- Slechte watertoevoer
- Onvoldoende voeding in de bodem
- Té sterke snoei in de lente
- Té koel weer tijdens de bloei of tijdens de vruchtzetting.
Tegenmaatregel:
- Geef water
- Geef compost met steenmeel
- Geef brandnetelgier.
Pluk bloeiende paardebloemen en geef de plantengier ervan aan de struiken, meng
er ook wat steenmeel in: giet dit onverdund bij de bessenstruiken hetgeen grote
bessen met een extra goede smaak tot gevolg heeft.
Nieuwe struiken plant men in de tweede helft van september- de eerste helft van
oktober als de bodem nog warm is en niet té vochtig.
Een
gezonde kruidenmix en muggenmiddel: - Naar boven
Tegenwoordig wordt er zoveel over allergiën gesproken.
Een deel van de allergiën zijn te herleiden naar insecten in huis.
Nog steeds gebruikt men aardig wat spaanderplaten in de huizenbouw maar ook in
meubels.
Maar denk eraan dat na een tijd zijn alle gassen uit de platen verdwenen en
omdat de meeste huizen warm zijn, ook 's winters met een niet al te beste
ventilatie, worden deze spaanderplaten altijd wat vochtig.
Dat betekent dat deze platen goede plaatsen worden voor de insecten om erin te
leven.
Ook al omdat de insecten aangetrokken worden door de geuren die van deze iets
vochtige spaanderplaten en van de gevolgen van vocht, bijv. schimmel, komen.
De meest voorkomende insecten zijn de verschillende mijten bijv. de stofmijt, de
vogelmijt (Dermanyssus gallinae) en de mosmijt (Oribatidae).
Het zijn hun excrementen en hun lichaamsresten die exceem en allergie
veroorzaken.
Schoonmaken met chemische preparaten zorgen er in feite alleen maar voor dat
deze insecten resistent worden.
De oplossing is de hulpmiddelen van de natuur, de kruidenextracten, die
tegelijkertijd ook als muggenmiddel fungeren.
Neem gelijke delen van:
- Citroenmelisse Melissa officinalis
- Kruidnagel Syzygium aromaticum
- Pepermunt Mentha piperita
- Salie Salvia officinalis
- Absinth alsem Artemisia absinthium
- Duizendblad Achillea millefolium
- Kamille Matricaria chamomilla
- Fijngehakte eucalyptus blad Eucalyptus
- Lavendel Lavandula angustifolia
- Vlierbloesem Sambucus nigra of Sambucus canadensis
- Boerenwormkruid Tanacetum vulgare
- Goudsbloem Calendula officinalis.
Thee gemaakt van dit mengsel kruiden helpt dus ook als middel tegen muggen.
Smeer de handen in met de thee en dan geen probleem met muggen.
Voeg wat van de thee toe in de wasmachine en de was geurt fris en wordt geheel
vrij van mijten, bacteriën en schimmels, zelfs wanneer men op een hogere
temperatuur wast.
Gebruik het extract ook om een frisse geur in huis te krijgen en tevens houdt
dit insecten weg uit huis.
Men hoeft dan minder schoon te maken.
Daarbij komt ook nog dat de insecten nooit resistent worden tegen natuurlijke
middelen!
Gebruiksaanwijzing:
Neem een fles van een liter die men goed kan afsluiten.
De fles moet het liefst bruin van kleur zijn.
Voeg in de fles 20 gram van het kruidenmengsel toe.
Giet daarna kokend water in de fles maar wel zo dat de fles niet barst.
Sluit dan de fles goed af en plaats deze op een donkere plaats gedurende een
week.
Daarna kan men de vloeistof filteren en gebruik het kruidenmengsel nog een maal.
Behandeling van exceem:
Maak een bolletje katoen goed vochtig met het kruidenextract en wrijf dit goed
in op de aangetaste lichaamsdelen.
Smeer daarna de lichaamsdelen in met zonnenbloemenolie van biologische
kwaliteit.
De mensen die het extract gebruiken worden misschien nooit geheel genezen maar
zij hebben een groot nut ervan.
De laatste tips:
- Als men wil stofzuigen leg dan een stukje kamfer in de stofzuiger zodat deze
een gifkamer wordt voor mijten
en andere insecten.
- Leg lavendel in een zakje in bed, dat ruikt heerlijk en zorgt ervoor dat
mijten en dergelijke er niet in bed zijn,
leg ook wat lavendel in de klerenkast.
- Leg de dekens na het opstaan 's morgens over de bedrand zodat het onderlaken
in het licht ligt, de mijten
houden niet van licht.
Fruitbomen: - Naar boven
-
Snoeien:
In juli kan men al beginnen om waterscheuten, wortelscheuten en takken die
naar binnen groeien weg te snoeien, dit is goed voor de vruchtontwikkeling
en de rijping, bovendien heelt de wond vlug.
De bomen die zijn aangetast door ziekte en/of aantasting van insecten
worden niet in juli gesnoeid.
Men kan in juli ook omhoog groeiende takken naar beneden binden zodat er
volgend jaar meer vruchtenknoppen en daardoor meer vruchten komen.
- Appelbomen:
Het is erg goed om oost-indische kers te planten onder de bomen, oost-
indische kers geeft de appels bovendien een extra fijne kleur en smaak.
Veel bieslook planten onder de fruitboom verhoogt de appelproduktie en
tegelijk ook de weerstand tegen ziekten.
Groenbemesting: - Naar boven
- Groenbemesting:
Een goed mengsel: erwten + wikke + haver.
Alexandriene klaver is goed voor lichte bodems.
Perzische klaver is goed voor zware bodems.
Groenbemesting is goed voor: afwisseling binnen de wisselteelt, verbetert
de structuur van de bodem, bouwt de humusvoorraad op en stimuleert het
microleven in de bodem.
Teel geen kruisbloemigen na kool, geen stikstofbindende gewassen na
erwten en bonen, geen veldsla na sla, kruisbloemigen niet na snijbiet,
spinazie en bieten want deze hebben dezelfde aaltjes.
Teel na witte mosterd geen radijzen en koolrabi.
Teel na spinazie geen bieten en snijbiet.
Het is voordeel om kool, tomaten of selderie na stikstofbindende gewassen
te telen.
Het is nuttig met groenbemesting van lupinen na kool of witlof/andijvie.
Stikstofleverancier:
Paardebonen, wikke, lupinen, klaver, erwten.
Diep losmaken van de bodem door:
Rode klaver, lupinen, olieramenas, chinese kool: de wortels gaan tot 1½-2 meter
diep
Hopklaver, voederwikke, mosterd en koolzaad: de wortels gaan tot 0,8-1½ meter
diep
Witte klaver, zachte wikke: de wortels gaan tot 0,8 meter iep
Onkruid onderdrukker: Lampionplant (Phacelia), mosterd, spinazie.
Groenten: - Naar boven
- Behoefte aan bemesting:
| Veel mest/compost: | Matig met mest/compos: | Weinig tot geen mest/compost: |
| Alle koolsoorten | Aardappel | Ui |
| Vruchtgewassen zoals: | Wortel, radijs | Schorseneer |
| Pompoen, squash, tomaat, | Koolrabi | Pastinaak |
| augurk, komkommer, | Koolraap | Witlof |
| bieten, suikermais | Snijbiet | Bonen |
| Prei | Venkel | Erwtgewassen zoals: |
| Bladgewassen zoals: | Knoflook | Capucijner, erwt, tuinboon, |
| Spinazie, sla, andijvie | suikererwt | |
| Selderie | Aardbeien, kruiden |
- Tomatenblad:
Thee gemaakt van tomatenbladeren houdt insecten een
langere tijd weg van de gewassen, de geur blijft langer
aanwezig: Giet over 1 kilo verse en fijngehakte
tomatendieven en tomatenblad 1 liter kokend water, nadat dit
alles afgekoeld is voegt men een beetje groene zeep toe en spuit dit erna tegen bladluis, mijten en kleinere larven.
Graan: - Naar boven
- Nieuwe feiten:
Zaait men om de rij wintertarwe en
winterrogge dan komt er
minder voor:
-Bruine roest bij tarwe (Puccinia recindita) tot 20 %
-Bladvlekkenziekte bij tarwe (Rhynchosporium secalis) tot 40 %
-Kafjesbruin bij rogge (Septoria nodorum) tot circa 40 %.
-Wisselteelt voor zaadgoed productie:
Haver voor zaadgoed met inzaai van hooiweide
Hooiweide 1
Hooiweide 2
Winter oliegewassen/Wintertarwe voor zaadgoed
Erwten voor zaadgoed
Vangstgewassen en hooiweide inzaai vermindert het risico
dat sporen in de bodem overleven.
Ziekten: - Naar boven
- Aardappelbruinrot (Pseudomonas
solanacearum):
Komt bij de aardappel voor en het meest tijdens warme zomers.
Wilde nachtschadigen (Solanaceae) zoals bijv.
bitterzoet (Solanum dulcamara) kunnen ook de rot verspreiden.
Neem bitterzoet bij slootkanten weg want deze kunnen de bacterie via het water
verspreiden.
Men ziet dat de planten stilstaan in de groei en bij warm
weer verwelken zij snel, eerst de bladeren daarna de
hele plant.
De knollen worden lichtbruin en verrotten daarna.
Snijt men een stengel er af, dan komt er wit slijm uit.
Geef nooit water uit de sloot.
Gebruik gezond pootmateriaal.
- Roest op rozen (Phragmidium mucronatum):
Het meest voorkomend na lange regenperioden vanaf mei.
Spuit voorbehoedend met akkerpaardestaart thee, spuit
ook op de bodem + geef sterkende brandnetelgier +
gebruik steen-/bazaltmeel.
Bij zware aantasting neemt men omgevallen bomen
weg en verbrand deze om te verhinderen dat de
schimmelsporen overwinteren.
- Schadelijke dieren/Aantastingen: - Naar boven
- Bladaaltjes/Bladnematoden (Aphelenchoides):
- Vogels:
Als deze
vruchten eten: voorzie ze met genoeg
drinkwater want ze eten de vruchten oa. voor de dorst!
Maar zorg ervoor dat ze niet in het drinkwater kunnen baden.
Lok vogels naar de tuin om schadelijke insecten te bestrijden door te planten:
Berberis vulgaris, kamperfoelie (Lonicera caprifolium, olijfwilg (Elaeagnus
comutata), prunussoorten bv. kers,
pruim en vogelkers (Prunus padus), sorbussoorten bv.wilde lijsterbes (Sorbus
aucuparia) en (S. suecica),
moerbei (Morus), gelderse roos (Viburnum opulus), bosbes, jeneverbes, levensboom
(Thuja).
Het is ook goed met baadwater voor ze. Laat de vruchten niet overrijp worden.
Zorg ervoor dat er alternatief voedsel voor de vogels is:
Pas gemaaide wei, precies geploegde of gespitte
grond, bessenstruiken.
Jaag bijv. spreeuwen speciaal 's morgens en 's avonds
weg want dan zijn ze gewoon om te komen eten.
Gooi een net tegen ze rond en over de kersenboom.
Hang enige doorgesneden knoflookteentjes op tegen
die vogels die de knoppen van de fruitbomen eten.
Op pasgezaaide bodem of tussen jonge plantjes legt men rozentakken, takken van
de jeneverbes en andere
doornige takken, dan durven de vogels niet zo gauw de zaden op te eten.
Men kan ook de vogels weglokken door zonnebloemen
te hebben waar men niet wil dat ze schade aanrichten.
- Teken (Ixodidae):
Deze houden niet van knoflook.
-
Duizendpoot:
Deze kunnen van aardbeien eten als het
regenweer is.
Maatregelen:
-Zorg voor houtwol onder de aardbeien zodat de vruchten droog blijven
-vang ze weg met behulp van schijven wortel,
-aardappelschijven, natte stro, zakken, buizen met keukenresten.
Bomen en struiken: -
Naar boven
- Uitplanten:
De beste tijd is de vorstvrije periode tussen herfst en
het uitlopen van de bladeren.
Het plantgat moet zo groot zijn dat er een handbrede
ruimte is rond de wortelklomp mét grond = container geteelde plant.
In het gat mengt men grond met rijpe kompost.
Zet de plant met enkel wortels maar geen grond enige uren in regenwater dat
dezelfde temperatuur heeft als de omgeving.
Snoei de wortels een beetje van een plant zonder grond, de takken ook, en
bovendien geknakte en ingedroogde wortels.
Containerplanten met gaasdoek rond de wortels worden ook een tijd in regenwater
gezet vóór de uitplantering.
De eventuele entplek van fruitbomen moet een hand breedte boven de
grondoppervlakte zitten, bij rozen 3-5 cm onder de oppervlakte.
Nabij de fruitboom sllat men een paal in de grond aan de westzijde van de boom
als steun gedurende de eerste 2-3 jaren.
Na de uitplantering geeft men regelmatig behoorlijk water de eerste tijd.
Kruiden: - Naar boven
- Het drogen van kruiden:
Doe dit niet in de magnetron want 90 % van de nuttige en gezonde etherische oliën worden vernietigd.
- Bloemen en kruiden die insekten aantrekken:
Citroenmelisse, lavendel, tijm, hysop, Phacelia, muurbloem (Erysimum cheiri),
marjolein en borage zouden nabij fruitbomen en struiken moeten groeien voor de
bestuiving.
Lentebloemen zoals sneeuwklokje, winterakoniet (Eranthis hyemalis), krokus,
sterhyacint (Scilla),
blauwe druifjes (Muscari botryoides) zijn bovendien
belangrijk als eerste voedingsstoffen voor bijen, hommels en andere nuttige
insekten.
Later zijn tulpen, wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus), witte narcis
(Narcissus poeticus), jonquille (Narcissus jonquilla) en muurbloem (Erysimum
cheiri) belangrijk voor nuttige insekten.
Wees voorzichtig dat winterakoniet niet te dicht bij kool groeit in verband met
knolvoet.
Tijdens de zomer zijn de volgende bloemen en kruiden belangrijk want zij lokken
bloemvliegen, sluipwesp en andere nuttige insekten die de schadelijke insekten
opruimen: goudsbloem, bloeiende dille,
bloeiende
kervel, aster, rozen, heelkruid (Sanicula europaea),
flox, vele wilde bloemen en wilde kruiden.
Wisselteelt zorgt ervoor dat de teeltaarde opbloeit: - Naar boven
De samenwerking tussen de teeltaarde en de
planten is erg belangrijk zodat het een oogst wordt.
Wat is de invloed van de plant op de aarde en op de volgende teelt?
Normaal denkt men dat de planten hun voedingsbestanddelen uit de aarde halen.
Met andere woorden: de aarde voedt de planten.
Een aarde met weinig voeding produceert geen grote of niet veel planten.
Deze gedachtengang is niet helemaal fout maar deze geeft een niet compleet beeld
van de samenwerking tussen plant en aarde.
De plant neemt de voedingsstoffen uit de aarde op maar geeft vele organische
bestanddelen terug aan de aarde die opgebouwd zijn uit kooldioxide, licht en
water.
Het microleven in de aarde.
Niet alleen als een plant dood gaat en vermolmt maar ook als de plant groeit
wordt de aarde berijkt met organisch materiaal.
Het is misschien nauwkeuriger om te zeggen: de plant voedt het microleven in de
aarde, de ontelbare, erg kleine, levende organismen.
En toch is de uitdrukking "de plant voedt de aarde" te verdedigen want men kan,
wel erg moeilijk, de erg kleine aardedeeltjes en de levende organismen van
elkaar onderscheiden (via een microscoop of via verhitten) maar het resultaat
kan men moeilijk aarde noemen.
Als we binnen de landbouw van aarde spreken gaat het om een complex van kleine
aardedeeltjes: water, lucht, dood organisch materiaal en levende aardorganismen.
En in dit complex spelen de haarwortels een grote rol.
Diversiteit.
De aarde mag niet eenzijdig gevoed worden of eenzijdig uitgebuit worden door
steeds weer dezelfde plantensoort daar te laten groeien.
De plant laat dezelfde bestanddelen achter die dezelfde microorganismen en
schimmels opnemen.
Er moet diversiteit, verschil, veelzijdig zijn en daarom is er een balans en
gezondheid in de aarde.
Daarom is het erg goed met wisselteelt.
Wij als telers moeten goed letten op de verschillende eigenschappen van de
planten.
• Zijn er veel of weinig voedingsresten?
De zogenaamde veeleisende gewassen, die veel stikstof en kalium (K) eisen, zoals
bijv. blad- en wortelgewassen (speciaal K) moeten afgewisseld worden met
weinigeisende gewassen zoals bloemen en stikstofbindende gewassen.
• Gewassen met diep groeiende wortels of met oppervlakkige wortels: sommige
gewassen groeien diep de grond in met hun paalwortel of met vele wortels en
nemen daar voedingsstoffen uit de diepte op.
En zij geven daar organische bestanddelen af gevolgd door microorganismen.
Andere gewassen houden hun wortels oppervlakkig.
Wissel deze gewassen graag.
• Veel of weinig wortelresten?
Gewassen als wortel en pastinaak gaan diep de aarde in met hun paalwortel en de
andere wortels maar laten slechts weinig wortelmassa achter omdat wij de wortel
en pastinaak oogsten.
Daardoor laten zij ook weinig organische bestanddelen en microorganismen achter.
Veel kruiden, bloemen en bladgewassen produceren een grotere wortelmassa.
Graan en gras doen hetzelfde.
En als de mens deze oogst laten ze het hele wortelsysteem achter.
Aardappelteelt in de herfst: - Naar boven
In september-begin oktober:
1. Bereid de plaats waar de aardappels gaan komen voor= eggen.
2. Trek een voor die minstens 15 cm diep is.
3. Vul de voor met rijpe compost.
4. Leg de aardappels 10 cm diep en 35 cm tussen de poters.
5. Bedek de voor met gehakte varens, 10-15 cm dik, bovendien op de varens takken van de den, spar zó dat de varens niet wegwaaien of opzij gekrabbeld worden door vogels.
Geen stro in verband met muizen en eventueel onkruid.
6. Bemesting is niet nodig door de rijpe compost en de kalium die zich in de varens bevindt.
7. Strooi graag wat steenmeel op de rijen als er sneeuw ligt.
8. In de lente alleen de takken weghalen.
9. In de zomer weinig werk.
10.
Oogsten in de volgende herfst.
Combinatieteelt ofwel planten samenwerking: - Naar boven
Tegenwoordig praat men zo vaak over de biologische verscheidenheid in de natuur, maar dit wordt maar al te makkelijk vergeten in de tuin- en landbouw.
Men ziet in de professionele teelt grote velden met alleen dezelfde gewassen, dus geen grote biologische verscheidenheid maar misschien wel wat onkruid als dat niet weggespoten is met chemische bestrijdingsmiddelen.
In de echte natuur ziet men daarentegen op laten we zeggen een vierkante meter niet 2 of 5 maar vele verschillende plantensoorten als de natuur vrij spel heeft dit wil zeggen als de mens niet ingrijpt.
Zijn er wilde dieren die daar regelmatig van die planten eten wordt de verscheidenheid nog groter.
Maar zogauw de mens ingrijpt in de wilde natuur verdwijnen er soorten, behalve als men ingrijpt op een natuurlijke wijze zoals bijvoorbeeld door maaien en hooien.
In de moderne teelt ziet alles er mooi en schoon uit zonder onkruid en met mooie rechte rijen of bedden, misschien zelfs toch wat gemengd omdat men een bed met wortels heeft naast een bed met sla, kool of iets anders.
Maar anders is het meestal best soortarm in de tuin net zoals op de akker want op de akkers is het nog meer monocultuur.
Monocultuur betekent onbalans, is er biologische verscheidenheid zoals in de natuur, dan is er wel degelijk een balans, maar toch kan er in de natuur ook een tijdelijke onbalans zijn.
Dat een akker och teeltbed in onbalans is ten gevolge van het menselijk ingrijpen, kan men bijvoorbeeld zien aan dat er veel onkruid van een gering aantal soorten groeit.
Onkruid is eigenlijk een verkeerd gekozen woord, men zou beter kunnen zeggen: naturens genezende kruid of aanwijzende kruid.
Waar duidt bijvoorbeeld een distel op daar deze plant groeit?
De distel heeft wortels die sterk naar beneden groeien en deze wortels hebben als functie om een bodem met ploegzool of een harde bodem tengevolge van dat men daar vaak met zware machines heeft gereden, kortom de distel wil de slechte bodemstructuur opheffen.
Distelzaden zijn overal op het land te vinden maar die zaden ontkiemen pas als de structuur slecht is.
De distelwortels dringen door de slechte structuur heen en als de plant zaden heeft gevormd vermolmen zachtjes aan de wortels en heffen zo de slechte structuur op.
Ploegt of spit men dan niet weer is de structuur daar ter plaatse weer beter.
Men al ser teveel distels groeien op een plek?
Dan moet men dit maar zien als een voorbereiding voor het volgende jaar, wacht totdat de distels precies gaan bloeien en neem dan alle bloemen weg of maai de hele plant weg.
Heeft men alle bloemen weggenomen gaat de distel dood en komen er volgend jaar nauwelijks nieuwe distels op dezelfde plek.
Want als de distel bloeit zijn de voedselreserves in de wortels het laagst en op, want al het voedsel gaat naar de bloei om de volgende generatie te garanderen.
Een ander voorbeeld is het duizendblad.
Duizendblad groeit op plaatsen waar een tekort aan kalium is, maar de plant zelf bevat veel kalium.
Waarom ontkiemt het duizendbladzaad?
Dit gebeurt als het kaliumgehalte in de bodem precies daar waar het zaadje ligt, beneden een bepaalde grens komt, krijgt het zaadje een stimulans en ontkiemt.
Duizendblad maakt kalium uit andere elementen door middel van Biotransformatie (Prof. Louis Kervran) en als de plant sterft komt de kalium in de bodem.
Verwijder de plant dus niet als deze ergens in de tuin of op de akker groeit.
Dit is dus een vorm van combinatieteelt ofwel samenwerking tussen verschillende plantensoorten, het elkaar helpen.
Combinatieteelt is een techniek om verschillende planten te combineren met special bedoelingen bijvoorbeeld om aantastingen van insecten te controleren.
Maar er zijn vele factoren hoe planten fungeren in de combinatieteelt, zoals, hoe de structuur van de bodem is, hoe is de voedingstoestand ervan, het klimaat, de wind, de zon, enzovoort.
De bedoeling van de combinatieteelt:
Ook om het gebruik van kunstmest,GMO en chemische bestrijdingsmiddelen danig te verminderen, kan het intressant zijn om combinatieteelt te gebruiken.
Zoals aardklaver (Trifolium subterraneum) inzaai tussen kool en in graan.
Biologische telers die combinatieteelt gebruiken moeten het teeltseizoen goed plannen om die combinaties te kunnen zaaien en planten die een zo natuurlijk en probleem vrije teelt geven.
Natuurlijk zijn er ook planten die elkaar negatief beïnvloeden, zulke combinatie moet men zien te ontwijken.
Zoals bijvoorbeeld verdragen uien en bonen elkaar niet goed.
Een positieve inwerking is bieslook en rozen, de bieslook geeft de roos een fijnere geur maar maakt de roos ook minder gevoelig voor de zwarte vlekkenziekte.
Onkruid kan zowel een positieve maar ook een negatieve werking hebben, daarvoor moet men erop toezien dat het onkruid niet teveel wordt.
Pluk alleen het teveel weg want onkruid kan ook een goede combinatie zijn.
Om goed succes te hebben met biologische teelt is niet alleen de combinatieteelt, maar ook een zeer brede wisselteelt, een van graag minstens 8 tot 9 jaar, dit in verband met bijvoorbeeld erwten.
Wisselteelt is eigenlijk combinatieteelt op langere termijn.
Combinatieteelt gebeurt niet alleen bij planten boven het aardoppervlak maar ook in de bodem namelijk tussen de fijne haarwortels en het microleven in de bodem.
Dat stikstofbindende planten zoals bijvoorbeeld klaver, de stikstof uit de lucht in de bodem bindt tot organische stikstof, met hulp van de stikstofbindende bacterie Rhizobium, is ook een vorm van combinatieteelt.
Om een zo goed mogelijk effect van de combinatieteelkt te krijgen, moet men ervoor zorgen:
Een belangrijk voordeel met combinatieteelt is ook dat het gehele seizoen de bodem bedekt is wat goed is voor het microleven, tegen erosie werkt, minder onkruid geeft en dat de voedingsstoffen lekkage minder of zelfs bijna nul is.
Door de combinatieteelt zuigt men de bodem niet eenzijdig uit zoals men dat met monocultuur doet.
Combinatieteelt voorbeelden:
Afrikaantjes werken goed tegen aaltjes (nematoden) dus tegen bodemmoeheid doordat het afrikaantje Thiopene produceert.
Haver of gerst met grasinzaai om hooi te krijgen, de haver of de gerst werkt als beschermplant
Klaver in graan geeft organische stikstof aan het graan en onderdrukt onkruid.
Gaat men een nieuwe grasmat aanleggen zaai dan ook witte klaver want de klaver zorgt ervoor dat de grasmat beter droogte kan weerstaan.
Praktische voorbeelden:
Kool:
Witte kool trekt voordeel van tesamen te groeien met: Bazielkruid, tuinbonen, dragon, hyssop, anijs, dille, tijm, selderie, oost-indische kers, oregano, absinth alsem, rozemarijn en lage bonen.
Nadelig voor kool: Aardbeien, staakbonen, witte mosterd, afrikaantjes, wijnruit en sla.
De groei van kool wordt bevordert door: Dille, kamille, munt, salie, absinth alsem, rozemarijn en lage bonen.
Kool beschermt selderie tegen roest, bladselderie beschermt kool tegen het koolwitje.
Tussen de rijen met kool is het gunstig aardklaver en haricots verts te hebben tegen luizen, koolvliegen en koolwormen.
Kruizemunt en pepermunt verhoogt de smaak en de levenskracht van de kool, maar teel de munt in potten want anders wordt de munt makkelijk als onkruid, maar ook denkend aan de wisserlteelt
.Uien verhogen de groei en de opbrenst van de spruitkool.
Dille en munt geven broccoli een betere groei.
Bonen, selderie, ui en aardappels geven bloemkool een betere smaak en groei.
Anijs en koriander tesamen zorgt ervoor dat beiden beter groeien.
Rozen:
Rozen houden van: Citroenmelisse, keizerskroon, lelies, ui, spinazie, afrikaantjes, kattenkruid, heggenfuchsia, scharlakenfuchsia.
Uien en rozen tesamen zorgen voor een krachtigere kleur en een betere geur aan de roos.
Knoflook verhoogt het aroma, het oliegehalte en de geur van de roos; tesamen met bieslook tegen de zwarte vlekken ziekte.
Lavendel, salie, tijm en hyssop zijn goed tegen bladluizen op de roos.
Voorbeeld van combinatieteelt tussen planten en dieren:
Leg visresten van vis uit rivier of meer in het plantgat als men tomaten plant, dit geeft extra grote en mooie tomaten.
Voorbeeld van dingen en planten:
Stop enkele roestige spijkers vlakbij de rozenstruik in de bodem, men krijgt dan gezonde planten zonder insectenaantastingen en zonder meeldauw.
Combinatieteelt in de graanteelt:
Korenbloemen verhogen de opbrengst van rogge.
Tarwe heeft voordeel van tuinbonen, erwten, spinazie, klaver en sojabonen.
De groei van graan wordt gestimuleertd door: rode klaver, lucerne, korenbloemen, kleine hoeveelheden kamille.
Tarwe wordt gestimuleerd door kamille en witte mosterd: meng 1 gram kamille en 1 gram witte mosterd met 100 kilo zaadgoed.
Teel geen rogge in de buurt van tarwe want dan groeit tarwe slechter.
Klaprozen zijn ongunstig voor speciaal gerst.
Fruitteelt:
Planten die schadelijke dieren en ziekten tegenwerken:
Knoflook werkt tegen knoppenetende vogels, tegen Monilia
.Bieslook, witte klaver is gunstig tussen het fruit.
Mierikswortel, afrikaantjes, pepermunt, citroenalsem, oost-indische kers, tijm en paardenbloemen zijn extra voordelig voor het fruit.
Boerenwormkruid, witte mosterd en cyclamen werken tegen parasieten op het fruit.
Hang uienringen op in de bomen en struiken als het fruit rijpt dan eten de vogels niet zo gauw van het fruit.
Bloemen:
Meng deze bloemen met kamille, goudsbloem, afrikaantje, koningskaars en zonnenhoed.
Bloemen worden beschermd door de uienfamilie die ook de bloemengeuren versterken.
Tegen bladluis: Spuit koude koffie of zwarte thee over de bloemen, men kan dit ook bij de bloemen op de bodem gieten.
Tomaten:
Komkommerkruid geeft vroegere tomaten.
Roodbladige bazielkruid stimuleert de groei en de smaak van de tomaten, zelfs enigzins de opbrengst.
In de broeikas: afrikaantjes tussen de tomaten dan geen witte vliegen.
Tomaten tesamen met asperge, bazielkruid, wortel(peen), ui, peterselie en salie geeft een betere groei en smaak.
Bonen, tomaat en mais geeft alle drie een betere groei!
Brandnetels zorgen ervoor dat de tomaten langer bewaren en werken tegen schimmels.
Tesamen met goudsbloemen en afrikaantjes een betere tomaten opbrengst.
Tomaten houden niet van: koolrabi, bieten, aardappels, erwten, venkel, absinth alsem en zwarte walnoten.
Aardappels:
Teel aardappels graag tesamen met:
Paardenbonen, oost-indische kers, kool, mierikswortel (het liefst in bloempotten of rondom het aardappelveld), peterselie, mais, sla, afrikaantjes, vlas, dille, goudsbloem, erwten, selderie, boerenwormkruid+ui+aubergine tegen de coloradokever (GMO is onnodig!), tuinbonen tegen bladluizen, paardenbloemen geeft resistentie tegen ziekten.
Teel geen aardappels in de buurt van: Frambozen, pompoen, squash, courgette, zucchini, meloen, tomaat, augurk, komkommer, fruitbomen en tuinmelde.
Zonnenbloemen remmen de groei van aardappels.
Teel het jaar van te voren geen: erwten, haver of gerst want dan bestaat er een grotere kans op schurft.
Teel het jaar van te voren graag sojabonen want dan heeft men minder last van schurft.
Een beetje zaadteelt: - Naar boven
Tomaten:
De tomaat behoudt de kiemkracht gedurende 4-8 jaar maar het beste om niet langer als 5 jaar te wachten.
Selectie:
Men wil een snelle groei hebben, de stam moet stevig zijn en de bloemen dicht op elkaar.
De vruchten mogen liefst niet barsten en het vruchtvlees mag niet melig zijn.
De vruchten moeten eigenlijk niet veel zaden bevatten zodat alle kracht van de plant naar een zeer goede zaadkwaliteit gaat.
De planten moeten vroeg zijn en ook gezond, de smaak moet uitstekend zijn.
De tomatensoorten kruisen maar de tomaat kruist niet met de aubergine of met de aardappel.
De zaadoogst:
Men neemt tomaten van de beste planten en de vruchten moeten het liefst helemmal op de plant rijpen.
Neem graag zaden van meerdere planten van dezelfde soort.
Pluk de vruchten en neem er de zaden uit.
Laat de zaden gisten in een glazen pot door er wat water op te gieten, schroef de deksel op de pot en laat deze zo op kamertemperatuur staan gedurende 3-5 dage4n (circa 22 graden).
Roer 2x per dag alles goed om.
Dit alles heeft als gevolg dat het geleiachtige omhulsel loslaat van de zaden.
Het omhulsel remt normaal de ontkieming.
Spoel de zaden schoon na het gisten onder de kraan en laat ze daarna onmiddelijk drogen door ze met fijn zand te vermengen.
Zeef dan het fijne zand weg en laat de zaden nog goed nadrogen.
Pompoen + wintersquash + meloen + augurk + courgette + zucchini + komkommer + patisson:
Deze behouden hun kiemkracht 5-10 jaar maar maximal 6 jaar is het beste.
Selecteren:
Kies grote planten die vroege bloemen geven, graag tesamen met vroege vruchten aanleg.
De planten moeten productief zijn.
De rassen kruisen maar niet de soorten, dus wintersquash en augurk kruisen niet of meloen en augurk die kruisen ook niet.
Wil met zaad telen neem dan een ras van dezelfde soort.
Spaar maximaal 3 bloemen per plant.
Pompoen en wintersquash zijn rijp al ser kurkachtige of wratachtige uitgroeisels komen op de steel van de vrucht.
Oogst altijd de vrichten mete en stuk steel eraan, 2-3 vruchten per plant kunnen rijp worden, de andere vruchten snoeit men weg.
De vruchten moeten nog flink narijpen.
Uit de vruchten die lang bewaard kunnen worden, neemt men eerst in januari of februari de zaden eruit, maak deze dan schoom en droog ze erg goed.
Na een natte zomer neemt men de zaden direct ná de zomer uit de vruchten, want anders kunnen de zaden zelfs al in de vruchten ontkiemen.
Courgette en meloen:
Deze behandelt men op dezelfde manier.
Zij kruisen niet met pompoen en wintersquash.
Augurk en komkommer:
Deze kruisen nogal makkelijk met elkaar, behouden de kiemkracht 8-10 jaar maar maximaal het best 7 jaar.
De plant zou maximaal 5 vruchten moeten hebben voor zaadteelt.
De bevruchte augurk/komkommer is rijp om te oogsten voor zaden als de vrucht geel is.
De bevruchting kan ook manueel gedaan worden door de mannelijke bloem in de vrouwelijke bloem te dopen, maar bedek de andere bloemen mete en plastic zakje zodat deze de anderen niet kunnen bevruchten.
Is het vruchtvlees zacht, kan men de zaden eruit halen, goed afspoelen en ze onmiddelijk drogen.
Paprika:
Paprika kruist zich met de chilipepers!
De paprika behoudt de kiemkracht gedurende 4-5 jaar.
Selecteer op kouderesistentie, snelle groei, stevige stam en een open bladstand.
De vruchten mogen niet barsten, zij moeten een dikke wand hebben maar niet zoveel zaden.
Zaadoogst:
Oogst geen vruchten om op te eten van planten waar men zaden van wil nemen (zie onder tomaten!).
De vruchten moeten goed rood zijn, zelfs grrag wat overrijp.
Neem de zaden eruit en laat ze goed drogen.
Granen:
De verschillende tarwesoorten kruisen maar 2-3% bijvoorbeeld gewone tarwe en spelt ofwel dinkel.
Maar emmer of macaronitarwe kruist niet met gewone tarwe of met spelt.
Haver en gerst kruisen 2-3% met hun verschillende rassen dus gewone haver(Avena sativa) kruist 2-3% met wilde haver (Avena fatua).
Houdt deze rassen graag een paar kilometer van elkaar verwijderd, minstens 500 meter.
De naakte ofwel schilloze rassen zijn voor het meest dominant.
De roggerassen kruisen vrij gemakkelijk, houdt dus graag een paar kilometer tussen de rassen, bijvoorbeeld midzomerrogge en zomerrogge.
Ziekten en aantastingen in de zaadteelt: - Naar boven
Zelfs binnen de zaadteelt kunnen er een boel ziekten en aantastingen voorkomen.
Wat toch het meeste voorkomt zijn schimmelaantastingen op de plant zelf maar ook op de zaden.
Dit kan als oorzaak hebben dat het weer steeds vochtig is, de gekochte of de eigen zaden niet grondig genoeg gedroogd zijn na de oogst of dat de zaden niet droog genoeg bewaard zijn.
Ook dat de planten na een regenbui niet snel genoeg opdrogen, dat de schimmels overgedragen worden naar de planten via insecten, via gekochte planten, niet zuiver tuingereedschap of via een slechte hygiëne (was de handen!).
Een deel van de problemen kan ook ten gevolge zijn van bemesting, structuur van de bodem, drainering, pH, ongunstige ligging, te korte tijd binnen de wisselteelt of hoe de bodem is (klei, zand).
Het voorkomen en de bestrijding in het algemeen:
Het eerste waar men voor moet zorgen is dat de teelt verhoudingen optimaal zijn: zorg voor een behoorlijke organische én biologische voeding in de bodem, een flinke laag humus waar men in teelt, zorg voor een optimale structuur en dat de drainering goed is en tot slot zorg voor een pH tussen 6 en 7.
Daarbij is het natuurlijk ook belangrijk een brede wisselteelt te hebben van bijvoorbeeld minstens 8 jaar.
Intressant is ook de combinatieteelt toe te passen, dit wil zeggen dat verschillende planten elkaar kunnen helpen tegen juist schadelijke dieren en ziekten doordat sommige planten insecten weglokken of afschrikken.
Een goede voorbehoedende maatregel is het gebruik van zaadbaden om de zaden te desinfecteren:
Men krijgt een betere ontkieming, minder schimmelaantasting en minder andere aantastingen.
Het zaadbad werkt als een biologische beitsing.
Doop de zaden in een bad met lauw water en met erin thee van de volgende kruiden:
De verschillende baden:
Tarwe Valeriaan
Rogge en vlas Duizendblad
Haver, zonnenbloem en sla Eikenschors
Gerst en Tarwe Brandnetel
Bieten Valeriaan en mestwater (#)
Erwten, klaver en graszaad Kamille
Kruisbloemigen, bonen en peulvruchten (Bijv. Lupines)
Eikenschors
Prei en ui Valeriaan
Aardappels en lage bonen Kamille of ook eikenschors
Aardappels Valeriaan en mestwater (#), alleen Valeriaan als er gevaar
is voor Phytophthora
Spinazie Hoornmest (Biologisch Dynamisch preparaat 500), op
veen: Valeriaan
Radijs en ramenas Kamille
Selderie en tomaten Valeriaan
Wortel (peen) en witlof Paardenbloem
Bieten en wortel (peen) Mengpreparaat van melk, duizendblad, kamille,
brandnetel, eikenschors, paardenbloem en valeriaan.
3 liter mestwater (gezeefd!) wordt over de 100 kilo gesprayd, roer daarna goed om en
laat alles drogen dan zaaien.
Voor een mindere hoeveelheid zaden: hang de zaden in een linnen zakje gedurende 10-15 minuten in het zaadbad en laat daarna goed drogen of zaai onmiddelijk na het bad.
Het maken van de zaadbaden:
Valeriaan: 100 gram fijngehakte valeriaan legt men in 1 liter lauwe regenwater, roer goed
gedurende 10 minuten en gebruik daarna direct:
Dit bad is goed voor het vormen van de bloemkool bloem en voor broccoli, ook goed
voor ui en prei; augurk, komkommer en squash famile groeien beter en steviger.
Kamille: Gebruik de gedroogde bloemen, leg de zaden maximaal 24 uur in het bad en zaai
onmiddelijk daarna.
Selderie, radijs en ramenas houden van dit bad maar slechts een kortere tijd.
Giet de vloeistof over het wortel(peen)zaad en zaai direct erna.
De andere gedroogde planten:
Daarvan neemt men 100 gram in 1 liter water en roer gedurende 10 minuten, laat daarna de oplossing een etmaal rusten en gebruik daarna.
Natuurlijk kan men een mindere hoeveelheid kruiden gebruiken in een mindere hoeveelheid water maar wel in dezelfde verhoudingen!
Andere zaadbaden:
Kinderurine:
Dit is goed voor augurk, komkommer en de pompoenfamile maar wel maximaal 12uur.
Minimelk:
Dit is goed voor erwten, bonen, augurk en komkommer maar wel maximaal 12 uur endirect erna zaaien.
Het bestrijden van schimmelaantastingen:
Gebruik 100 gram fijngehakte knoflook in 1 liter water maar laat de zaden niet langer dan een uur erin liggen.
Gebruik dit niet voor kool, erwten, bonen en lupines.
In de plaats voor het knoflookbad kan men ook gebruiken:
Leg 50 gram akkerpaardenstaart in 1 liter water, laat dit staan te trekken gedurende 24 uur en kook daarna in 30 minuten tijd.
Dit laatste bad moet men iedere week opnieuw maken en spuit dit dan iedere week voorbehoedend tegen schimmelaantastingen over alle planten in de tuin, maar ook aan de onderzijde van alle bladeren!
Akkerpaardenstaartthee is erg goed voor:
Selderie, kool, augurk, komkommer, pompoen, squash, courgette, zucchini, erwten en bonen:
Laat de zaden er 25 minuten in maximaal 50 graden warm water liggen en zaai direct daarna.
Bloembollen zoals tulpen, crocus, hyacinth, iris, lelies, narcissen en gladiolen houden er ook van, plant de bollen direct daarna.
Wortelbad voor jonge planten:
Mierikswortelbad:
100 gram fijngehakte mierikswortel legt men in 1 liter lauw water, roerdit goed en laat alles dan 24 uur staan.
Doop dan de planten erin vlak voor het uitplanten.
Dit is goed voor het uitplanten van jonge planten of bij het verplanten.
Andere tips:
Brandnetelgier wat een tijdje gegist heeft wordt 1 op 20 verdund met lauw water,voeg valeriaan toe voor preiplanten en knoflook voor tomatenplanten.
In de lente als er nog geen brandnetels zijn, gebruik dan klei in het water.
Een wortelbad is goed voor kolplanten maar gebruik dan GEEN knoflook.
Rozen houden van het kleibad, leg de klei dan 24 uur in lauw water.
Biologische (insecten) middelen:
Knoflook Tegen luizen, uienvliegen, slakken, wortellarven en tegen de wortelvlieg
Narcissen Tegen knaagdieren, koolwormen en squashinsecten
Geranium (Pelargonium!) Tegen koolwormen
Gewone spurrie Tegen luizen, koolwitje en wortelwormen
Boerenwormkruid Tegen luizen, koolwormen, squashinsecten, augurkenkevers, roest en
meeldauw op aardbeien en frambozen, tesamen met
akkerpaardenstaart en zeezout tegen vlekkenziekte op tomaten en
aardappels
Absinth alsem Tegen bladluizen en mieren
Tomatengier Tegen luizen, koolwitje en andere vlinderlarven op kool
Vlierbladeren
Tegen koolwormen, leg vliertakken met bladeren tussen de kolenPruimtabak Tegen aardvlooien
Melk
Tegen meeldauw en tabakmozaïekvirusUienschillen
Tegen aardappelrotSterke peper Tegen mieren en koolwormen
Rabarber Tegen slakken, knolvoet en zwarte vlekkenziekte op rozen
Een mengsel van brandnetels, akkerpaardenstaart, kamille en uienschillen:
Tegen schimmelziekten, virusziekten op augurk, komkommer,
aardappels, bloemkool en bonen, sterk geconcentreerde brandnetelgier
tegen de witte vlieg
Varens bijv. Smalle stekelvaren (Dryopteris carthusiana)
Tegen bladluizen.Men neemt circa 100 gram verse of 20 gram gedroogde delen van de bovengenoemde planten en legt deze dan in 1 liter water en kook dit water gedurende 20 minuten, laat het afkoelen en zeef het tot slot.
Daarna kan men het als spuitmiddel gebruiken.
Bestrijdend en voorbehoedend tegen schimmels en schadelijke insecten werkt ook steen- of bazaltmeel.
Men stuift dit meel het liefst iedere week over alle planten in de teelt.
Vergeet niet ook de onderzijde van de bladeren te bestuiven want vele insectenlarven en schimmels vindt men juist aan de onderkant van de bladeren!!
Het gebruik van dat meel is ook erg goed voor alle teelten want het meel bevat vele mineralen en spoorelementen.
Teel graag voor zaadteelt op meer open plaatsen zodat de wind de planten snel kan opdrogen na de dauw of na een regenbui, zodat schimmelaantastingen minder kans hebben.
Bevorder het komen van bijen en andere pollinerende insecten naar de tuin en de teelten door ze te lokken met veel bloeiende en nectarproducerende planten.
Nestkasten, bomen en zitstokken lokken vogels die insecten eten naar de tuin.
Maak de tuin niet té schoon zodat er beschutting is voor egels en padden die insecten eten.
Postelein = Portulaca oleracea: - Naar boven
Postelein is een eenjarige, eetbare plant die oorspronkelijk uit India komt.
De bladeren worden rauw of gekookt in soepen gegeten en bevatten Omega-3 vetzuren.
De teelt duurt ongeveer 6 weken en de postelein is een goed alternatief voor de tuinkers (Lepidium sativum).
De postelein wil veel warmte hebben.
Bij lage temperaturen ontkiemt het zaad slecht en de plant schiet gemakkelijk en voortijdig in de bloei.
Het beste is om de plant in platte bakken te telen en dan regelmatig te zaaien.
De plant wil vochthoudende, lichtere grondsoorten hebben met veel humus erin.
Postelein groeit snel en wil veel voeding hebben.
De plant wil graag wat bescherming hebben, bijvoorbeeld kan men deze tussen de rijen van mais of staakbonen telen.
Zaai de zaden breedwerpig maar bedek ze niet med aarde.
Men kan graag de zaden vermengen met wat fijn zand en dan uitzaaien.
Houdt het gezaaide altijd wat vochtig.
Oogst niet te dicht bij de bodem zodat men nog een tweede oogst kan krijgen.
De plant wordt makkelijk aangetast door de grauwe schimmel (Botrytis cinerea) hetgeen voorkomen kan worden door goede ventilatie als men de postelein in platte bakken teelt.
Men kan ook graag regelmatig spuiten met thee gemaakt van akkerpaardestaart ( een handvol koken in een liter water gedurende 20 minuten, zeven, laten afkoelen en dan een op twee verdunnen en dan spuiten, bijvoorbeeld een maal per week).
Postelein groeit graag tesamen met tuinbonen en lage bonen maar houdt daarentegen helemaal niet van uien en knoflook.
Spelt ofwel Dinkel (Triticum spelta): - Naar boven
Dinkel is de duitse naam van de oude tarwesoort spelt.
Waarom is het zo intressant met oudere graansoorten?
Deze hebben meestal eigenschappen die de modern soorten verloren hebben door selectie en veredeling/cruising.
Deze eigenschappen kunnen voor de biologische teelt juist erg intressant zijn.
In de biologische teelt wil men graag sterke soorten hebben met een goede resistentie tegen ziekten, aantastingen en mindere toegang voor voldoende voeding.
Dit in tegenstelling voor gewassen die snel groeien en een grote opbrengst hebben.
De tegenwoordige tarwe vereist de beste bodemeigenschappen zoals erg stikstofrijke en voedingsrijke bodems.
Deze hedendaagse tarwe kan eigenlijk slechts op de beste kleigrond groeien.
De beste en fijnstebroodtarwe wordt geïmporteerd.
Toch kan men met de spelt goed brood bakken.
De oudste en meest oorspronkelijke tarwesoort is eenkoorn ofwel Triticum monococcum.
Deze soort heeft men in de Himalaya gevonden en heeft slechts enkele korrels in de aar= 2 rijig.
Men kan ermee bakken maar men heeft er weinig commercieel intresse voor.
De eenkoorn heeft zich enige keren met het gras Aegilops
squarossa gekruist en daaruit ontstond de Emmer= Tr. dicoccoides, de
eerste tarwesoort die aardig goede gisteigenschappen bezit, heeft een goede
weerstand en is te telen op alla grondsoorten.
Emmer is toch een primitieve cultuursoort, de aar valt nogal vlug uiteen en is
daardoor moeilijker te oogsten.
In de natuur kruiste de emmer zich nog enkele keren met de Aegilops en zo ontstond de Spelt.
Deze spelt heeft een zeer goede kwaliteit, is sterk en heeft een goede weerstand, groeit op alle grondsoorten en geeft een aardig goede opbrengst.
Het meel heeft erg goede bakeigenschappen.
Toen de mensheid begon te kruisen en te selecteren opstonden de nieuwe tarwesoorten zoals de moderne tarwe= Tr. aestivum.
Speciaal de laatste jaren is de ontwikkeling de verkeerde kant opgegaan door alle hybriden en door de laatste jaren heen de biotechniek ofwel de genenmanipulatie (GMO) zelfs binnen de graanteelt.
De moderne soorten zijn steeds meer afhankelijk geworden van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.
De multinationelle ondernemingen doen dit alleen maar om geld te verdienen, niet om de honger uit de wereld te helpen of om de kwaliteit te verbeteren.
Door deze soorten kan zelfs glutenallergie ontstaan zijn.
Spelt is voor het meest een wintergraan en is nauwelijks beïnvloed door de mens.
Dit ten gevolge van dat de spelt toch van minder economisch belang is omdat de opbrengst wat minder is en omdat de spelt moeilijker te dorsen is doordat ere en schil om de korrel zit die mechanisch verwijderd moet worden.
De bakeigenschappen van spelt weerspiegelen in het hoge eiwitgehalte (16-17%) en het hoge valgetal=geschiktheid om ermee te bakken: 275-300.
Moderne tarwe heeft gemiddeld 12-14% eiwit en een valgetal van maximaal 250.
Spelt bevat meer eiwitten, vet en vezels als de gewone tarwe, bezit zelfs alle eiwitten die een mens dagelijks nodig heeft.
De spelt bevat speciale carbohydraten (Mucopolysacchariden) dfie een belangrijke rol spelen bij de bloedcoagulatie (samenklontering) en verhoogt daarbij ook de weerstand van het lichaam zodat men een betere weerstand heeft tegen infecties.
Teeltkenmerken:
De spelt heeft 6 chromosoomparen=hexaploid.
De korrel moet geschild worden, maar deze schil heeft als voordeel dat de spelt veel minder gevoelig is voor insectenaantastingen en ook voor schimmels.
De spelt is minder gevoelig voor temperatuur, droogte, veel regen en voor de bodemeigenschappen.
Door het krachtigere wortelsysteem benut de spelt al de voeding in de bodem veel beter en behoeft daardoor niet zo krachtig bemest te worden met bijv. gecomposteerde stalmest.
Doordat de spelte en krachtiger bladwerk heeft, heeft men minder last van onkruid.
Buiten dat de spelte en harde schil heeft is er nog een nadeel, namelijk dat bij de spelt de aar wat makkelijker uiteen valt bij het maaidorsen.
Spelt ofwel dinkel wordt vaak gerelateerd met de duitse non Hildegard van Bingen (1098-1179)
Tomatentips: - Naar boven
Teel in de buurt borage/komkommerkruid als bescherming tegen schadelijke insecten van de tomaat.
Borage geeft vroegere tomaten.
Men kan graag haver of een andere, niet overwinterende grassoort tussen de tomaten zaaien.
De kleine maagdenpalm (Vinca minor) is geen goede buur voor de tomaat.
Is er een aantasting, bespuit de plant dan mete en thee gemaakt van spaanse peper of cayennepeper.
Roodbladige basielkruid en bergamot geplant tussen tomaten verbeteren de groei en de smaak van de tomaat en helpt ook tegen vliegen en muggen.
Tomaten doen het goed tesamen met asperge, wortel/peen, ui, peterselie, vingerhoedskruid, salie, afrikaantje, sla, knoflook, goudsbloem, selderie, oost-indische kers, radijs, rammenas, spinazie, nieuw zeelandse spinazie, bonen, kool, theemunt en dille.
Bonen, mais en tomaten in een mengteelt verbetert de groei van alle drie.
Goudsbloem tussen tomaten garanderen een ziektevrije groei van de tomaten.
Het is erg gunstig om tomaten tussen de kool te planten want de tomaat geeft een sterke geur af die vele schadelijke insecten niet wensen.
Geef zo nu en dan gegiste smeerwortel thee en wat steen-/bazaltmeel.
Teel tomaten vóór erwten maar ná bonen.
Visafval van zoetwatervis in het plantgat geeft de plant een extra kick en bovendien grote en fijne tomaten.
Geelgroen afrikaantje (Tagetes minuta) houdt de witte vlieg uit de broeikas.
Geeft de plant 2x per maand een scheutje magere melk.
Verdun magere melk 1 op 3, dit werkt goed tegen schimmelaantasting bijv. tegen bladvlekkenziekte, spuit dan 1x per week op en onder de bladeren.
Brandnetels beschermen de tomat tegen schimmels en maakt dat de vruchten langer te bewaren zijn.
Slechte buren zijn: koolrabi, bieten, aardappels, erwten, venkel, absinth alsem, augurk, komkommer en zwarte walnoot.
Goudsbloem en grote of reuzen afrikaantje(Tagetes erecta) zorgen ervoor dat de tomaat beter produceert en gezond gehouden wordt.
Asperge helpt tegen tomatenaaltjes, tomatenbladspray helpt tegen schadelijke asperge insecten.
Paardenbloem helpt tegen fusarium op de tomatenplant.
Tomaten beschermen rozen tegen zwartvlekkenziekte.
Tomaat wordt het best geteeld op compost gemaakt van tomaten.
Geef de plant altijd water wat minstens 1 etmaal heeft gestaan, geef water op de grond bij de plant, nooit over de plant.
Een zaadbad van knoflook thee of een valeriaanbad geeft sterke planten.
Leg bij het uitplanten 2 handen vol brandnetelbladeren of mierikswortelbladeren in het plantgat, dit heft hetzelfde effect als de visafval.
Plant nabij de tomaat een teentje knoflook tegen schimmels.
Peterselie in de buurt verbetert de smaak van de tomaat.
Men kan de plant in de broeikas graag laten klimmen.
Teel de tomaat graag ná bloemkool en aardappels.
Rook nooit in de buurt van tomaten in verband met de tabak mozaïek virus.
Munt verhoogt de levenskracht en de smaak van de tomaten maar teel de munt in een bloempot zodat de munt geen onkruid wordt.
Het is prima om dille en maggiekruid nabij tomaten te telen.
Men kan tomatendieven tussen de kool leggen tegen de koolbladvlo.
Als een groot aandeel van de vruchten geel blijven en niet rood en daarna hard worden:
-
- Een tekort aan kalium-
- Te sterke zonnenschijn.Dit geschiedt weinig bij vleestomaten.
De plant houdt erg van een dikke laag planten die verwelken, ook onkruid, bemest onder deze laag.
Geef 14 dagen vóór de eerste oogst 1x per week verdunde brandnetelgier of een andere gier.
Bemesting met tomatenbladgier is gunstig voor de groei en de ontwikkeling van de vruchten.
Ziet men tomatenbruinrot (Phytophthora infestans) spuit dan afwisselend met akkerpaardestaart thee en uienschillen thee of uienschillengier.
Afkooksel van tomatendieven werkt goed tegen bladluis, mijten en kleine larven:
Een liter kokend water giet men over de fijngehakte dieven of bladeren wat daarna afkoelt, voeg een beetje groene zeep toe en spuit dit daarna.
Geef alleen in juli en augustus soms wat smeerwortel + brandnetelgier, 1 op 20 verdund + een handvol houtas.
Pluk nooit de onderste bladeren van de plant weg.
Plant de tomat wat schuin en bindt de plant schuin op, het gevolg is meer wortels en een hogere opbrengst.
Spuit 3x per teeltseizoen met akkerpaardestaart thee, ook op de onderzijde van de bladeren, dan krijgt de plant meestal geen ziekten.
De eerste zijscheuten die men wegdievt kunnen zich tot sterke planten ontwikkelen met een goede opbrengst.
Als tomatenbladren oprollen is dit tengevolge van een koude nacht.
Zwarte vlekken kunnen komen ten gevolge van té rijke stikstof bemesting.
Hiertegen is het goed extra steen-/bazaltmeel te geven of smeerwortelgier in vereband met dat deze veel kalium bevatten.
Tomaten in de herfst:
Trek de plant uit de grond, hang deze op en neer op een warme, luchtige en donkere plaats dan krijgt men een snellere rijping en ook een betere smaak.
Een betere manier om het bos te verzorgen: - Naar boven
Het bos/het woud.
Een bos of woud roept een bepaald gevoel op, het laat iemand er luisteren en rondkijken.
In een bos of woud zijn vele intressante wezens.
Het bos of het woud is als een dynamisch verband tussen iedere keer weer nieuwe belevenissen ondervinden en de manier van uitdrukken.
Een bos of woud verzorgen betekent niet dat men de struktuur, die het bos van de natuur gekregen heeft (=biologische veelvoud!), ervan moet veranderen.
Maar dat men de belangrijkste bomen genoeg ruimte en licht geeft.
Het bos of woud aan zichzelf over te laten is ook niet goed voor een gezonde ontwikkeling van de bomen.
In het bos of woud geldt de praktische mogelijkheden te combineren met kennis.
Omdat de humuslaag maar een paar centimeter dik is zou men eigenlijk erg voorzichtig moeten zijn dat deze laag niet vermengd wordt met de onderlaag of samengeperst wordt door zware voertuigen.
Om dit te voorkomen is het beste te wachten tot de vorst in de grond komt.
Het paard of ossen als trekdieren gebruiken is het beste zodat de bodem geen of heel weinig schade ondervindt.
Zonder herrie van motorzagen en de stank van uitlaatgassen kan men rustig de stammen uit het bos of woud halen, men heeft niet eens wegen nodig.
Ossen kunnen ingezet worden in het bos vanaf de leeftijd van 4 jaar.
Het persoonlijke contact met de dieren al vanaf de geboorte, zorgt ervoor dat de ossen rustige en goede trekdieren worden.
Als zij weten dat de verzorger voor eten zorgt en ze regelmatig borstelt zijn ze later bereid met ons samen te werken.
Het is intressant te merken dat ieder dier zijn persoonlijke karakter heeft.
Het maken van een afwerkingsplan gaat ervan uit dat dode bomen, behalve die de spechten gebruiken als nestplaats, te dicht opeen staande bomen en te oude bomen weggehaald worden.
Eiken en linden gelden als ”heilige” bomen, deze moeten meer licht en ruimte krijgen.
De stammen worden aan de rand van het bos of woud opgestapeld en moeten 2 jaar drogen voor deze als stookhout gebruikt kunnen worden.
Hout voor timmerwerk gaat direct naar de zagerij.
Het ideale is dat er na het afwerken bomen in alle leeftijden voorkomen.
De bodem heeft genoeg licht nodig zodat de zaden van de bomen kunnen ontkiemen en de jonge bomen kunnen groeien.
Men zou er steeds weer aan moeten denken dat het bos of het woud op langere termijn meer timmerhout en stookhout moet gaan leveren met een steeds betere kwaliteit, als het hout niet gezaagd en getransporteerd wordt met zware machines.
Het planteren van bomen hoeft niet meer want de gezonde bomen geven zaden die goed ontkiemen, speciaal als de beste, gezondste en mooiste bomen mogen blijven staan en zich uitzaaien.
Het grote probleem met het omzagen van alle bomen in het bos of in het woud is dat de bodem plotseling door de zon beschenen wordt .
Daardoor sterft bijna al het microleven en het schimmelmycelium hetgeen erg belangrijk is voor de groei en de gezonheid van de bomen.
Het duurt dan vele jaren voordat er dan weer iets goed en gezond kan groeien.
Hoe aangepast aan de natuur de natuurlijke bosbouw is laat zich tijdens de volgende jaren zien.
Licht en onderlinge concurrentie wordt vanzelf opgelost en de bomen kunnen zich verder ontwikkelen.
Natuurlijk is een op natuurlijke wijze verzorgd bos ook een aangename plaats voor de wilde dieren.
Tot slot moeten we eraan denken dat onze bossen en wouden zuurstof voor ons
produceren en dat ze tevens het voor ons schadelijke kooldioxide onschadelijk
maken.
Hout is een van de belangrijkste grondstoffen die wij veelvoudig gebruiken.
Daarbij produceren de bossen ook een groot gedeelte van ons drinkwater via het grondwater!
Wij zouden wakker moeten worden en dankbaar onze bossen en wouden op een natuurlijke manier verzorgen want op die manier verminderen we ook het globale ontbossen.