Publicaties:
Vanaf eind februari 2011 zijn mijn boeken te verkrijgen:
De titel luidt:
"Milieu- en
klimaatvriendelijke tips voor Uw teelt".
Het is een serie van 9 boeken met de volgende ondertitels:
- Bessen, Bomen, Fruit en Struiken 69 pagina's (A5)
- Bloemen en kamerplanten 161 pagina's (A5)
- Granen en landbouwgewassen 69 pagina's (A5)
- Groenbemesting, Mineralen, Nuttige dieren en Onkruid 69 pagina's (A5)
- Groenten 57 pagina's (A5)
- Kruiden 89 pagina's (A5)
- Plantenziekten 176 pagina's (A5)
- Schadelijke dieren 204 pagina's (A5)
- Tips van verschillende aard. 242 pagina's (A5)









De prijzen inclusief porto vanuit Zweden naar Nederland:
Bessen, Bomen, Fruit en Struiken: 11 Euro + 3 Euro porto
Bloemen en kamerplanten: 21 Euro + 5 Euro porto
Granen en landbouwgewassen: 11 Euro + 3 Euro porto
Groenbemesting, Mineralen, Nuttige dieren en Onkruid:
11 Euro + 3 Euro porto
Groenten: 11 Euro + 3 Euro porto
Kruiden: 13 Euro + 3 Euro porto
Plantenziekten: 22 Euro + 5 Euro porto
Schadelijke dieren: 24 Euro + 5 Euro porto
Tips van verschillende aard: 28 Euro + 5 Euro porto.
De hele srie kost 149 Euro + 29 Euro porto + verpakking.
Het bankrekeningnummer voor betaling van de boeken:
Rabobank: 1689.98.181 ten name van G.P.P.J. Teepen, Solbacka Gård, 635 19 Eskilstuna, Zweden.
Boeken zijn te bestellen via: paul.teepen@ekologiskradgivning.se.
Telefoonnummer: 0046706659329.
Welkom met Uw bestelling, vriendelijke groet, Paul Teepen.
Voorbeelden van boekenserie
"Milieu- en klimaatvriendelijke tips voor Uw teelt"
Paul Teepen Zweden
Bloemen en kamerplanten:
Kamerplanten:
Kamerplanten als azalea, huttentut (Camelina), hortensia en heide willen graag grond
hebben met een wat lagere pH, meng daarom bij het verpotten wat koffiedrab in de
potgrond.
Om potgrond en andere planteringsaarde te steriliseren doet men dit in een oven op
180 °C gedurende 45 minuten.
Om eigen potgrond te maken voor bloempotten:
Meng 1 liter tuinaarde, 1 liter turf, 1 liter zand en 1 liter Vermiculiet.
Voeg dan 1 eetlepel beenmeel en 1 handvol gedroogde stalmest toe, meng alles goed
en laat het geheel 1 etmaal staan, daarna is het te gebruiken.
Bemest de kamerplanten niet tijdens hun rustfase in de winter.
In de winter kan men de bloempot in een buitenpot zetten die circa 5 cm diameter
groter is en de tussenruimte kan men vullen met vochtige turf of vochtig mos om een
betere luchtvochtigheid te krijgen.
Als er luis op de kamerplanten komt, doop dan de hele plant op en neer gedraaid
gedurende een half uur in water met een temperatuur van 25 °C en voeg daaraan
enige druppels groene zeep toe.
Leg 2 stuks balkjes op de emmer zodat men de plant niet de hele tijd vast moet
houden.
Eventueel herhaalt men de procedure.
Bonte bladeren die na een tijdje groen worden, worden dat door te weinig licht.
Men kan ook wat turf in een zeef leggen en dan regenwater erdoor heen laten zakken,
zo wordt dat goed water om te geven aan de planten.
Als men ze binnen neemt aan het eind van de zomer doop ze dan een uur in een
emmer met water zodat de eventuele schadelijke larven die de grond in gekropen zijn
naar boven komen zodat men deze weg kan nemen.
Bespuit de kamerplanten graag 1x per dag met wat water maar planten met harige
bladeren moeten NIET bespoten worden.
Als men water geeft, geef t men nooit koud water uit de kraan maar wat lauw water dat
graag een paar dagen gestaan heeft zodat eventuele chloor verdampen kan.
Afgekoeld kookwater van biologische groenten en wisselwater van een aquarium
bevatten voeding en zuurstof, dit kan men graag gebruiken om kamerplanten water te
geven.
De kamerplanten gedijen goed van regenwater met wat mineraalwater erin, het
regenwater moet genomen worden als het minstens en kwartier geregend heeft in
verband met alle verontreinigingen.
Echeveria (Echeveria), begonia, fuchsia en andere kamerplanten geeft men regelmatig
water nadat men gecontroleerd heeft of het nodig is, verpot men moet men onderzoeken of er gegroefde lapsnuitkever (Otiorrhynchus) larven te vinden zijn.
Hoe kouder het is (géén vorst!) in de ruimte waar de planten staan deste minder water hebben ze nodig.
Planten zoals huttentut (Camelina), Schlumbergera x buckleyi en epifytische cactus
(Hatiora gaertneri) kunnen hun knoppen verliezen, dit kan komen door verplaatsing,
ze willen steeds op dezelfde plaats blijven staan.
Verpot alle kamerplanten om het jaar of ieder 3e jaar in de lente, geef eerst goed water
zodat de wortelklomp bij elkaar blijft, zet ze 1 cm onder de rand van de nieuwe pot die
het liefst van klei moet zijn en niet van plastic.
De nieuwe pot moet 2-3 cm diameter groter zijn.
Na het verpotten wacht men 6 weken eer men bemest, oudere planten worden niet
vaak verpot.
Ziet men 2-4 mm grote springstaarten op de bodem van de kamerplanten, dan betekent
dit dat de grond te vochtig is, geef minder water of bedek de grond met wat zand.
Als de buitentemperatuur boven de 12 °C is kunnen de meeste kamerplanten buiten
staan behalve Kaaps viooltje, kwartjesplant/aspidistra (Aspidistra eliator) en lepelplant
(Spatiphyllum ssp.), deze moeten binnen blijven.
Alle cactussen, succulenten ofwel vetplanten en bloeiende planten kunnen in de directe
zon staan.
Bladgewassen mogen NIET in de directe zon staan maar het liefst zoals de varens in
half schaduw.
Bijv. Fuchsia en Geranium (=Pelargonium!!) moeten koel en met veel licht
overwinteren: - Te warm dan worden de planten zwak
- Lange stengels moeten in de lente teruggesnoeid worden tot een derde deel
- Hoe hoger de temperatuur in de kamer deste meer licht is er nodig
- Hoe lager de kamertemperatuur is deste minder is het waterbehoefte
- Bij hogere kamertemperatuur is er grotere kans op bladluizen en andere schadelijke dieren, contrlleer de planten regelmatig en bestrijdt zo gauw mogelijk.
Alle kamerplanten moeten zoveel licht krijgen dat hetzelfde is als 500 LUX.
Insektsaantasting: Bladluizen, schildluizen, wolluizen, witte vlieg,
spintmijt, trips, rouwmug, springstaart, taxuskever
(Otiorrhynchus) zie Schadelijke dieren.
Tegen ziekten: Neem aangetaste bladeren weg, gebruik vers en goed
potgrond, gebruik bloempotten die groot genoeg zijn,
heb de planten op een lichte en tochtvrije plek met
voldoende bemesting met rijpe kompost, geef
voldoende water en zorg voor een goede
luchtvochtigheid.
Bessen, Bomen, Fruit en Struiken:
Combinatieteelt voor fruit en bessen:
Gewas: Goede combinatie met: Slechte combinatie met:
Appel Brandnetel, pepermunt, citroenmelisse, Bessenstruiken, absinth alsem,
goudsbloem, viooltje, oost-indische kers, naaldbomen
mierikswortel, paardebloem, monnikskap,
ooievaarsbek
Abrikos Pepermunt, citroenmelisse, goudsbloem, De fruitboom moet minstens 6 meter van
oost-indische kers salie en spar staan
Peer Brandnetel, dovenetel, citroenmelisse, Bessenstruiken, salie, vlier, framboos,
vingerhoedskruid, afrikaantje, hondsdraf, absinth alsem, naaldbomen
paardebloem, winterakoniet (Eranthis
hyemalis), oost-indische kers
Braam Lupine, zomer- en winterwikke, mosterd, Naaldbomen
serradella (Ornithopus sativus)
Aardbeien Ui, sla, spinazie, erwten, peen, prei, radijs, Kool
knoflook, veldsla, pepermunt, peterselie,
ramenas, lage bonen
Framboos Veldsla, sla, bieslook, lavendel, tijm,
citroenmelisse, goudsbloem, afrikaantje
Aalbessen Mosterd, brandnetel, goudsbloem, Appel, steenvruchten, naaldbomen, rozen
ooievaarsbek, tomaat, tuinkers
(Lepidium sativum)
Kers Lupine, knoflook, lelietje-van-dalen, Bessenstruiken, absinth alsem, gras bij brandnetel, oost-indische kers, bieslook, jonge bomen, kleine maagdenpalm
goudsbloem, paardebloem, tuinkers (Lepidium sativum), oosterse berberis
(Asperula orientalis), bedstro
(A. arcadiensis), maagdenpalm
(Vinca minor)
Mirabellen Brandnetel, ui, mosterd, goudsbloem, Kers, absinth alsem, spar
oost-indische kers, afrikaantje, klaver,
ooievaarsbek
Pruimsoorten Brandnetel, oost-indische kers, veldsla, Naaldbomen, bessenstruiken, absinth
goudsbloem, phacelia, tuinmelde, alsem
speenkruid, helmbloem
Kweepeer Brandnetel, dovenetel, paardebloem, Absinth alsem, naaldbomen,
phacelia, goudsbloem, tuinmelde salie, bessenstruiken
Kruisbes Bieslook, wikke, mosterd, goudsbloem, Rozen, naaldbomen, salie, appel
phacelia
Druiven Phacelia, goudsbloem, olieramenas, Kool, absinth alsem, mierikswortel,
mosterd, walnoot, lupine, klaver, rogge, ramenas
citroenmelisse, klaproos.
Aardbeien a) Sla, spinazie, lage bonen en komkommerkruid zijn gunstig voor de aardbei
productie.
b) Kook thee van wormkruid (Tanacetum coccineum) tegen aantastingen op blad en
vrucht.
c) Naalden van spar en den strooit men tussen de planten als bodembedekking zodat
er bij regen geen aarde op de aardbeien komt + dat het de vruchten een speciaal
fijne smaak geeft.
d) Selderie planten gemengd met aardbei planten tegen roest.
Aardbeien willen GEEN kool in de buurt hebben.
Groenbemesting, Mineralen, Nuttige dieren, Onkruid:
Groenbemesting:
Kompost: Waardevolle gewassen/onkruiden:
Voor Stikstof: leguminosen=stikstofbindende gewassen, brandnetels, lisdodde
(Typha).
Voor Kalium: venkel,komkommerkruid, eikebast, brandnetel, kamille, melkdistel
(Sonchus asper resp. oleraceus), duizendblad.
Voor Fosfor: afrikaantjes, vogelmuur (Stellaria media), citroenmelisse, moerasspiren
(Filipendula ulmaria).
Voor sporenelementen: Zwavel: mosterd, raapzaad (Brassica campestris),
venkel, weegbree (Plantago).
Magnesium: melkdistel, koningskaars (Verbascum thapsus)
Kiezel: smeerwortel.
Zeewieren en/of zeewierextrakt.
Het beste is om de komposthoop bij een berk aan te leggen nl. dan geen verlies van
voedingsstoffen.
De paardebloem is erg goed om op de komposthoop te leggen.
Mineralen:
Houtas: Strooi dat uit rond rapen, koolraap, bloemkool en ui, dat houdt larven, spinnen en
kevers onder controle.
Leg houtas in het plantengat van de kool, een handvol helpt tegen wortellarven.
Gunstig om het uit te strooien bij bessenstruiken, tomaten, bonen, en andere
gewassen die van kalium houden.
Houtas van appeltakken bevat erg veel kalium.
Inhoud: circa 2-4 % fosforzuur, 6-10 % kalium, 30-35 % kalk.
Verspreid circa 10 kilo per 100 m² per jaar.
Aardappels wil extra houtas hebben aan het eind van juli- begin van augustus.
500 gram in 10 liter brandnetelgier neemt de vieze lucht weg.
Gebruik houtas slechts erg matig in de kas want houtas verhoogt de pH en dan kan de
pH té hoog worden!!
Nuttige dieren:
Groene gaasvliegen:
Zij bestrijden bladluizen, andere luizen en andere schadelijke insecten.
De gaasvlieg eet behalve bladluizen ook:
Appelspintmijten, bloedluizen, bladvlooien, larven, wormen, vliegenlarven, wolluizen,
schildluizen en insecteneieren.
In de lente hebben ze bladluizen, pollen, nectar, honingdauw van bladluizen,
bladvlooien en schildluizen nodig als voedsel.
Roofinsecten:
Deze insecten krijgen hun voeding van nectar en pollen.
De nectar wordt geleverd door de kleine bloemen van:
Dille, peterselie, pastinaken, citroenmelisse en tijm.
De pollen komen van:
Rudbeckia en het madeliefje (Bellis perennis).
De roofinsecten worden aangetrokken door afrikaantjes, salie en de verschillende Iberis
soorten.
Geef de roofinsecten mogelijkheid tot water door stenen of een stuk hout in de schaal
met water te leggen.
Onkruid:
Distel (Cirsium):
Teel haver en tarwe, zij hebben negatieve invloed op distels.
Afrikaantjes (Tagetes minuta) en Dahlia ook.
De reserves in de wortels van de distel zijn het laagst als de distel op zijn mooist bloeit,
pluk dan de hele plant weg.
Of pluk minstens de bloemen weg zodat de plant verbloedt.
Een kunstweide met rode klaver is goed tegen distels want die nemen veel licht weg
voor de distel.
Men kan de distel vele malen maaien.
Dat de distel ergens groeit duidt op: een laag kalciumgehalte, erg laag
mangaangehalte, hoog ijzergehalte, dominantie van anaerobe bacteriën.
Kalk met magnesium in de kalk tegen distels.
Leg de niet bloeiende distels op de composthoop want ze bevatten veel kalium.
De distel lokt de kriebelmuggen (Simuliidae) naar zich toe en houden deze op die
manier weg van de bonen.
Groenten:
Aardappels: Meng deze graag met akkerbonen, mierikswortel maar deze laatste het liefst in
bloempotten.
Plant wat paardebloemen bij de aardappels die dan meer ziekteresistent worden.
Het is goed aardappels ná mais te telen maar vóór de squash+ pompoenfamilie.
Om de gezaaide aardappels veel knollen te laten geven, strooi dan over het
aardappelzaad wat gebluste kalk en bruidsluier (Gypsophila fastigiata).
Heeft men erwten, haver of gerst als voorvrucht gehad dan heeft men grotere kans op
schurft.
Maar na sojabonen mindere kans!
Poot aardappels bij afnemende maan.
Late-/winteraardappels worden in het eerste kwartier van de nieuwe juni maan gepoot
of in het laatste kwartiervan de oude maan voor de nieuwe juni maan.
Goede manier om te poten:
Leg stro in de voor dan de aardappels op het stro en aard erna aan, dan liggen ze
niet nat.
Tesamen met lage bonen, uien, aubergine tegen Colorado kevers.
Ook een goede combinatie: aardappel + wortel + ui/knoflook/prei.
Tesamen met tuinbonen tegen bladluis.
Mierikswortel rond het aardappelveld tegen Colorado kevers+ kan een wat hogere
oogst geven.
Leg nooit kippenmest tussen de rijen aardappels want dat bevat teveel stikstof
hetgeen holle/voze aardappels geven kan.
Tegen verschrompelde aardappels:
Meng 5 kilo appels tussen 50 kilo aardappels.
De appels (tesamen met pompoen) niet bij aardappels leggen vanaf de oogst want zij
laten de aardappels rijpen en uitlopen.
Raakmaardappels in de kelder zo min mogelijk aan want dit stimuleert ook het
uitlopen.
Ze doen het goed met bonen, oost-indische kers, kool, peterselie, mais, sla,
afrikaantjes, lijnzaad, dille, witte dovenetel (Lamium album), goudsbloem, rood
vingerhoedskruid, kattenkruid, koriander, boerenwormkruid, radijzen,
bladselderij, eenjarig bonenkruid, spinazie, tuinbonen, koolrabi.
Men verdunt minimelk 1 op 3, dat werkt goed tegen schimmelaantasting bv.
bladvlekziekte, men spuit het 1 maal per week.
Mest men met kompost van afrikaantjes en goudsbloem, kan men het jaar erop weer
aardappels telen maar dan graag met gele mosterd.
Aardappels houden NIET van frambozen, pompoen, squash/zucchini, tomaten,
augurk, komkommer, zonnebloem, pepermunt, artisjokken, ui, tarwe, kersen,
fruitbomen, meloen, tuinmelde, erwten, (rode) bieten, selderie.
Aard de aardappels aan bij bewolkt weer en of 's morgens of 's avonds.
De oogst geschiedt het beste op de namiddag.
Afrikaantjes werken tegen aaltjes/nematoden.
Geen zonnebloem nabij aardappels want dan wordt de groei van de laatsten geremd. Kalk nooit het aardappelveld of wacht 1 jaar voordat men aardappels teelt.
Geef graag kompost van valeriaan want deze geeft fosfor wat vaste knollen geeft en de houdbaarheid verhoogt.
Aardappelschurft kan ook komen door te hoge pH.
Het is goed met prei ná aardappels, ook na vroege.
Wil men het aardappelveld bemesten doet dat dan de herfst van te voren.
Na aardappels kan men graag telen: (spruit)kool, spinazie, aardbeien, venkel en andijvie.
Het is goed om rond het aardappelveld te hebben: knoflook, esparcette (Onobrychis),
oost-indische kers, mierikswortel en dovenetel.
Erwten, mais en tuinbonen zijn goede buren.
Hennep (Cannabis sativa) (tegen de wet?), ui, brandnetels, akkerpaardestaart,
zeewierspray houdt grauwe schimmel (Phythophthera) weg van aardappels
(aardappelziekte).
Tegen deze ziekte spuit men 's avonds brandnetel thee als men het 2e bladpaar ziet, daarna na 9 dagen spuit men 's morgens met 4 ssorten thee, gemaakt van duizendblad, kamille, paardenbloem en brandnetel, in deze volgorde (Voor de thee bereiding zie onder Diverse in de boekenserie Milieu-en klimaatvriendelijke tips voor Uw teelt)
Maai altijd de bladeren af 14 dagen voordat men gaat oogsten zodat grauwe schimmel sporen niet bij de knollen kunnen komen.
Het is ook goed aardappels te telen ná rogge, tarwe, mais, ui, bonen, karwij, lijnzaad,
koolzaad, klaproos, klaver, luzerne, gras.
Wissel een rij aardappels graag af met een rij bonen, kool, mais, mierikswortel en enige aubergine planten.
Aardappels telen in een emmer:
Vul de emmer tot de helft met potgrond en druk een pootaardappel (die al wat uitgelopen is) circa 10 cm de potgrond in.
Zo gauw men de eerste bladeren ziet vult men aan met 5 cm grond, ziet men de bladeren weer, vult men opnieuw 5 cm grond totdat de emmer gevuld is.
Op deze manier krijgt men meer aardappels van een knol.
Komt er vorst, draag de emmer naar binnen!
Meerdere tips:
Aardappel + peper + kattenkruid (nepeta cataria): minder luis.
Hang aardappels op aan een draad (steek een naald dwars door de aardappels) in het raam om ze zo voor te trekken.
Doe dit in april en plant ze daarna na de ijsheiligen 12-15 cm diep en aard een keer aan, dan krijgt men in juli de eerste aardappels.
Aardappels zijn zelffertiel.
Aardappels en struikbonen beschermen elkaar tegen verschillende kevers.
Het is nuttig om direct na de winter mosterd te zaaien daar waar men aardappels wil poten, maai de mosterd af precies voordat men de aardappels poot.
Het is ook nuttig met een stikstof bindende groenbemester.
Het is gunstig om het aardappelveld te bedekken met fijngehakte varens (kalium).
Het kookwater van aardappels is een goed middel (onverdund) tegen bladluizen.
Tegen mozaïek-virus: spuit vanaf het begin de planten regelmatig met akkerpaardenstaart thee.
Bewaring:
Zorg voor een hoge luchtvochtigheid (90 %) en een temperatuur tussen 4-6 °C in de winter.
Is de temperatuur in de kelder onder de 4 °C wordt het zetmeel in suikers omgezet en daardoor wordt de houdbaarheid slechter.
Bewaar aardappels graag tussen stro.
Direct na de oogst moeten ze een tijd op circa 15 °C en 90 % luchtvochtigheid liggen zodat eventuele wonden gesloten kunnen worden door kurkvorming en zodat daardoor geen ziektes kunnen indringen.
Zie ook onder: Voorgetrokken aardappels.
Combinatieteelt voor groenten:
Prima combinaties:
Aardappels: a) Plant mierikswortel op de hoeken van het
aardappelveld, zo houdt men de planten gezond.
b) Plant afrikaantjes tussen de planten tegen aaltjes of
knip af en strooi afrikaantjes rond de planten.
c) Plant enige hennepplanten (Cannabis) (illegaal?) tegen
bladschimmel en aardappelziekte.
d) Plant buiten in de volle grond wat tomaten tussen de
aardappels want de wortelsappen van de tomaten en
aardappels zijn gunstig voor elkaar.
e) Plant zonnenbloemen rond het aardappelveld, dan
groeien beide planten gezond.
f) Voor de smaak van vroege aardappels zijn bieten, mais
en karwei gunstig.
Asperge: a) Peterselie beschermt tegen de witte vlieg.
b) Tomaat en peterselie beschermen tegen wortelziektes.
Bloemkool: Het is gunstig voor de bloemkool met radijzen tussen
de kool.
Bonen: Een goede combinatie is met vroege aardappels,
wortel, knolselderie, bloemkool, aardbeien, mais en
komkommer.
(Rode) bieten: Een goede combinatie is met lage bonen, koolrabi enui.
Kool: a) Meng absinth alsem planten met koolplanten.
b) Andere goede combinaties: Hyssop, dille, kamille,
boerenwormkruid, selderie en salie.
Mais: Mais gaat goed samen met erwten, bonen, dille,
meloen en aardappels.
Prei: a) Erg goed is het om prei te planten tesamen met wortel,
bieten, knolselderie en tomaten.
b) Kamille werkt tegen de uienvlieg.
Radijs: a) Sla en kervel rond het radijsbed houdt aardvlooien
weg.
b) Tuinkers (Lepidum sativum) gezaaid tussen de radijzen
houdt ook de aardvlooien weg van de radijzen en hun
smaak wordt tevens zachter.
Schorseneer: Samen met uien tegen de uienvlieg.
Selderie: a) Samen met kool tegen roest.
b) Een combinatie met prei zorgt ervoor dat de selderie
goed groeit.
Sla: a) Uien in de buurt houden luizen weg.
b) Kervel stimuleert de vorming van de krop.
c) Sla gaat goed samen met wortel, radijs en aardbei.
Spinazie: Spinazie gaat goed samen met aardbeien.
Tuinkers (Lepidum sativum): Radijzen maken de smaak meer aromatisch.
Tomaat: a) Peterselie in de buurt bevorderen de groei en werkt
goed tegen de witte vlieg.
b) Aardappels bevorderen de wortelvormin van de tomaat.
c) Afrikaantjes werken tegen de aaltjes.
d) Goede tomaatcombinaties: Wortel, kool, asperge, ui en
selderie.
Tuinbonen: Dille gemengd met tuinbonen werkt tegen zwarte
bonenluis.
Ui: a) Peterselie in de buurt maakt de ui meer aromatisch.
b) Kamille werkt goed tegen de uienvlieg.
c) Wortels werken ook tegen de uienvlieg.
Wortel/Peen: a) Sjalotten, ui, biieslook en/of prei en schorseneer houdt
de wortelvlieg weg.
b) Het is goed om ze te combineren met schorseneer,
erwten, dille en sla.
Minder gelukte combinaties:
Aardappel: a) De kruisbes moet niet in de buurt van aardappels
groeien.
b) Hetzelfde met berken.
Sla: Peterselie en sla gaan niet goed samen want sla krijgt
dan makkelijker luis en de peterselie wil dan niet
groeien.
Tomaat: Erwten, venkel en koolrabi gaan niet samen met
tomaten.
Ui: Zaai of plant de uien niet samen met bonen en kool.
Erwten en Bonen: a) De uiensoorten niet samen met erwten en de
verschillende boonsoorten telen.
b) Venkel en lage bonen gaan niet samen.
c) Houdt gladiolen weg van bonen want zij remmen de
groei van de bonen.
Sjalotten: De sjalot wil geen erwten en bonen in de buurt hebben.
Granen en Landbouwgewassen:
Graan: De groei wordt gestimuleert door grote weegbree (Plantago major) en smalle weegbree
(Pl. lanceolata), ruige weegbree (Pl. Media), rode klaver, paardebloem, lucerne, esparcette (Onobrychis viciifolia), paarse dovenetel (Lamium purpureum),
hoenderbeet (Lamium amplexicaule), korenbloem (Centaurea cyanus).
Kleine hoeveelheden kamille hebben hetzelfde effekt.
Graan wil geen hennep (Cannabis sativa) in de buurt hebben.
Duizendblad (Achillea millefolium) is goed om te hebben rondom de graanakker.
Het is niet goed om klaproos temidden van het graan te hebben, speciaal met gerst. Positief over het algemeen voor graan: kropsla, op 80 cm afstand mais (niet tesamen
met tarwe), op 80 cm afstand pompoen/squash, ui, knoflook, wortels, op 80 cm
afstand zonnebloem, hetzelfde met duizendblad, hetzelfde met karwij.
Het is goed om graan samen met bonen te zaaien want bonen zorgen ervoor dat
graan beter groeit en tesamen is het een goed dierenvoeder.
Nieuwe feiten: Zaait men om de andere rij wintertarwe en winterrogge dan vermindert het voorkomen
van:
1. Bruine roest (Puccinia recondita) bij tarwe tot 20 %
2. Bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis) bij tarwe tot 40 %
3. Kafjesbruin (Septoria nodorum) bij rogge tot circa 40 %.
Graan groeit beter met de volgende theëen:
Wintertarwe: Duizendblad, brandnetel, paardenbloem, valeriaan en
heermoes/akkerpaardenstaart.
Haver: Duizendblad, brandnetel en paardenbloem.
De haver groeit daardoor beter, is gezonder en geeft
meer korrels.
Zomertarwe: Duizendblad, brandnetel en paardenbloem.
Zomerrogge: Duizendblad, brandnetel en paardenbloem.
Kruiden:
Bazielkruid (Basilicum):
Zaai de roodbladige wat sporadisch her en der tussen de tomaten hetgeen de groei en
smaak stimuleert.
Het kruid verhoogt de smaak van vele groentensoorten speciaal van tomaat en sla.
Doet het goed samen met paprika.
Beschermt de tomaat tegen schadelijke dieren.
Goed samen met asperge.
Helpt gewassen stand te houden tegen vliegen en muggen, ook in en rond het huis,
bovendien bij het raam.
Plant het kruid bij laat uitgeplante augurk, komkommer, zucchini, courgette, venkel,
paprika en tomaten = stimuleert de groei.
Basilicum schrikt luis en de gewone huisvlieg af.
Plant basilicum in een bloempot.
Helpt tegen meeldauw op augurken, pompoen, squash, courgette en zucchini.
Doet het goed met bonen, kool, maarts viooltje (Viola odorata.)
Basilicum vermindert de zijdeplant (Asclepias syriaca) kever en werkt als
schimmelwerend middel.
Men kan graag de basilicum-plant toppen zodat die dan dichter groeit en meer
struikvormig wordt.
Doet het NIET goed met absint alsem en wijnruit.
Strooi basilicum op vensterbanken en drempels, dan komen er geen mieren in huis.
Kattenkruid en tijm helpen ook.
Bazielkruid bij augurk en komkommer zorgt ervoor dat deze laatsten een goede oogst
geven, beschermt ze ook tegen meeldauw en de oogst houdt langer vers.
Het heilige bazielkruid (B. sanctum) is een goede combinatie voor kool tegen muggen,
zwarte bonenluis en de groene perzikbladluis.
Moeilijk om te drogen.
Laat men de hartbladeren zitten kan men steeds opnieuw oogsten.
Plantenziekten:
Appelschurft (Venturia inaequalis):
Controleer de licht- en luchtmogelijkheid voor de planten.
Komt het meest voor bij appel maar kan ook voorkomen bij peer en kers.
Overwintert op afgevallen en aangetaste bladeren en verspreid zich daar vandaan via
sporen met behulp van wind en regen.
Op de bladeren ziet men olijfgroene vlekken die later bruin worden, verwelken en te
vroeg afvallen.
De vruchten worden bruin en vormen kurk, blijven klein en barsten.
Bomen die ieder jaar weer (Venturia) krijgen worden afgemat en geven minder
vruchten.
De appels houden het niet zo lang in de opslag.
Op de perzik ziet men bruinzwarte vlekken en is niet zo schadelijk.
Spuit met 20 minuten lang gekookte akkerpaardstaart thee (zie onder
Akkerpaardstaart bij Kruiden), meng er graag varen- of brandnetelgier bij,
zeewierextrakt ook.
Leg rijpe kompost op de boomspiegel maar zie erop toe dat de boom niet teveel stikstof
krijgt!!
Leg tevens een flinke laag met bodembedekking zodat er veel regenwormen gaan
komen.
Kies minder gevoelige soorten.
Plant niet té dicht opeen.
Men kan ook met urine spuiten maar verdun deze zodat de bladeren niet verbranden
(het is de ureum in de urine die dit veroorzaakt).
Snoei de boom zo dat de boom snel opdroogt na de dauw dan krijgt men ook minder
schurft (Venturia).
In mei-juni is het infectie gevaar het grootst, neem juist die tijd de aangetaste bladeren
weg en verbrand deze.
Hark de afgevallen bladeren goed onder in de herfst zodat de regenwormen deze snel
kunnen verwerken want de schurft (Venturia) sporen worden in de darmen van de
regenworm gedood.
Spuit graag met bijv. een 4-6%-ige paardenurine oplossing op de afgevallen bladeren
zodat deze snel vermolmen.
Men kan ook de bladeren opharken en op de komposthoop leggen of verbranden.
Bij de peer snoeit men takken met blaasjes weg.
Ook te gebruiken:
Zeewiermeel, steen-/bazaltmeel, knoflookextrakt, uienschillen, propolisextrakt, waterglas (1-2%), boterbloem, duizendknoop,
sleutelbloem.
Bij bijv. appels (en andere vruchten) neemt men alle bladeren +
aangetaste vruchten weg onder de boom in de herfst, takken die men
weggesnoeid heeft ook en komposteer alles.
Bij vruchtbomen: Teel augurk of komkommer nabij de bomen!!
Schadelijke dieren:
Afschrikkende planten voor schadelijke dieren:
Schadelijke dieren: Afschrikkende plant:
Mieren: Kattenkruid, pepermunt, ui ,aarmunt (Mentha spicata),
boerenwormkruid, absinth alsem, tuinheliotroop
(Heliotropium arborescens), meel van rode klinkers;
Steek in de hoop: Wijnruit-, lavendel- of rozemarijn;
Strooi over de hoop: Houtas, kalk, roet;
Steek een kaneelstokje in de hoop;
Strooi kaneel of bakpoeder op de mierenpaden zodat ze
niet naar de hoop kunnen gaan.
Luizen: Anijs, kattenkruid, bieslook, koriander, chrysanten
(gedroogd en fijngehakt), eucalyptus, venkel, knoflook,
goudsbloem, munt, mosterd, oost-indische kers, ui, wilde
marjolein, petunia, zonnenbloem, moederkruid
(Tanacetum parthenium) (lokt de luis weg van rozen);
Smeer vaseline op de takken zodat de mieren niet de
luizen kunnen verzorgen;
Spuit rabarber thee of absinth alsem thee;
Aardappelwater helpt ook:
Kook enige rauwe aardappelschillen en gebruik het water
onverdund.
Twaalfpuntige aspergekever (Crioceris duodecimpunctata) en Aspergehaantje (C.
asparagi): Bazielkruid, peterselie, petunia, goudsbloem, tomaat.
Heggenranklieveheersbeestje (Epilachna varivestis):
Rozemarijn, bonenkruid, goudsbloem, petunia.
Bladhaantjes (Chrysomelidae):
Citroenkruid (Artemisia abrotanum), absinth alsem,
dragon, kruidensalie.
Ni-uil (Trichoplusia ni): Dille, eucalyptus, knoflook, hysop, pepermunt, oost-
indische kers, ui, kruidensalie, citroenkruid (Artemisia
abrotanum), polei (Mentha pulegium), aarmunt (Mentha
spicata), tijm, absinth alsem.
Wortelvlieg (Delia radicum): Knoflook, goudsbloem, radijs, kruidensalie, absinth alsem.
Kooluil (Mamestra brassicae):
Dragon, absinth alsem, citroenkruid (Artemisia
abrotanum), hyssop, rozemarijn, kruidensalie, bonenkruid,
tijm, munt.
Koolwitje: Selderij, tijm, tomaat, dille, knoflook, ooievaarsbek
(Geranium sp.), hysop, munt, oost-indische kers, ui,
polei (Mentha pulegium), kruidensalie, citroenkruid
(Artemisia abrotanum), boerenwormkruid.
Wortelvlieg: Prei, sla, ui, rozemarijn, kruidensalie, tabak, absinth
alsem.
Coloradokever : Kattenkruid, koriander, eucalyptus, goudsbloem, oost-
indische kers, ui, boerenwormkruid, vlas, mierikswortel,
witte dovenetel.
Katoendaguil (Helicoverpa zea):
Tandzaad (Bidens ssp.), ooievaarsbek (Geranium ssp.),
goudsbloem, radijs die na de bloei zaden vormt.
Maiswortelkever (Diabrotica):
Kattenkruid, goudsbloem, oost-indische kers, radijs,
wijnruit, boerenwormkruid.
Nachtuilen (Noctuidae): Amaranth.
Vlooien: Dragon, absinth alsem, citroenkruid (Artemisia
abrotanum), polei (Mentha pulegium).
Weekschildkever (Cantharidae):
Kattenkruid, knoflook, munt, wijnruit, kruidensalie,
citroenkruid(Artemisia abrotanum), boerenwormkruid,
tabak, absinth alsem.
Vliegen: Bazielkruid, polei (Mentha pulegium), wijnruit,
boerenwormkruid.
Japanse kever (Popillia japonica):
(Ageratum ssp.), levensboom (Thuja), dragon, absinth
alsem, citroenkruid (Artemisia abrotanum), es, begonia,
palmboompje (Buxus sempervirens), kattenkruid,
bieslook, knoflook, jeneverbes, wijnruit (nabij rozen en
framboos), boerenwormkruid, ooievaarsbek (Geranium
sp.), caladium (Caladium bicolor), hortensia, driekleurig
viooltje (Viola tricolor), celiosa (Celiosa ssp.).
Cicaden (Cicadellidae): Gedroogde en fijngehakte chrysanten, ooievaarsbek
(Geranium sp.), petunia.
Muizen: Boerenwormkruid, absinth alsem.
Muggen: Bazielkruid, knoflook, ooievaarsbek (Geranium sp.),
polei (Mentha pulegium).
Woelrat: Narcis (Narcissus ssp.), wonderboom (Ricinus
communis), oleander (Nerium oleander) (heb dan
handschoenen aan want de plant is giftig!!).
Nachtvlinder, Mot: Lavendel tesamen met citroenkruid (Artemisia
abrotanum), absinth alsem en rozemarijn.
Perzikmot (Anarsia lineatella) :
Knoflook.
Aaltjes/Nematoden: Afrikaantjes, goudsbloem.
Uienvlieg: Knoflook.
Konijn, Haas: Knoflook, goudsbloem, ui, rotsooievaarsbek (Geranium
macorrhiza) rondom de jonge fruitbomen planten.
Alle soorten slakken: Dragon, absinth alsem, citroenkruid (Artemisia
abrotanum), venkel, knoflook, rozemarijn, kruidensalie;
Leg eikenbladeren of walnootbladeren in de herfst daar
waar men gaat telen, dit remt de ontkieming van wilde
kruiden maar ook de slakkeneieren;
Leg fijngehakte voederbieten, afrikaantjes, slabladeren
om de slakken erheen te lokken;
Leg fijngehakte akkerpaardestaart of grasmaaisel tussen
de kool;
Hak 500 gram zomerbegonia fijn( stengels en bladeren)
en leg dit in 10 liter regenwater, doop of zet gedurende 1
uur de kool- en sla planten in de vloeistof vóór de
uitplantering, giet daarna 2 x per week begoniawater rond
de planten;
Strooi steen-/bazaltmeel;
Plant bloementabak rond de teelten.
Spintmijten (Tetranychidae): Koriander.
Moeswants (Anasa tristis): Kattenkruid, munt, oost-indische kers, petunia, radijs,
boerenwormkruid.
Squash vine borer (squash rank boorder) (Melittia cucurbita):
Radijs.
Striped cucumber beetle (Gestreepte komkommer kever)(Acalymma vittatum): Boerenwormkruid.
Pompoen bladkever: Oost-indische kers.
Teek: Knoflook.
Vijfvlekkige pijlstaart (Manduca quinquemaculata):
Dille, bernagie, goudsbloem, petunia, opaal bazielkruid.
Witte vlieg (Aleurodinea): Bazielkruid, goudsbloem, wilde marjolein, pepermunt, tijm,
absinth alsem.
Tips van verschillende aard:
Balkontips:
· Teel een veelvoud op het balkon zodat een veelvoud van insekten gelokt worden.
· Kijk uit met het water geven, doe dit zodat de planten niet met de voeten in het water staan
· Hard de planten en zet ze buiten ná de ijsheiligen
· Plant de planten in de balkonbakken tijdens een bewolkte dag
· Geef ze na het uitplanten behoorlijk wat water
· Heb altijd een gieter vol met water staan zodat het water een goede temperatuur
krijgt (zet de gieter in de schaduw!)
· Geef de planten 's morgens vroeg water op de grond zodat de bovengrondse
gedeelte kan opdrogen
· Is het erg warm geef ze dan 's avonds ook wat water
· Maak de grond soms wat los zonder de wortels te beschadigen
· Bedek de grond graag met grasmaaisel, bladresten, resten van kruiden
· Zaai hondsdraf (Glechoma hederacea) als groenbemester bij struiken in waskuipen
op het balkon
· Pluk uitgebloeide delen weg zodat men de plant stimuleert om opnieuw te bloeien
· Bespuit de planten met water of giet wat water op de bodem van het bakon als het
erg waait om de luchtvochtigheid te verhogen = minder aantasting van
spintmijt
· Geef planten die niet meer zo goed groeienwater wat door oud koffiedrab gelopen is maar verdund dit 1:2, geef het water het best als het bewolkt is en op grond dat
enigzins vochtig is
· Geef geen bemesting direkt na het planten
· Langzaam werkende bemesting (kompost) wordt eerst eind juli gegeven.
Kuil als groentenopslag:
Graaf een kuil van 40 cm diep en 80 cm breed.
Controlleer de dingen die in de kuil gelegd gaan worden erg goed zodat ze foutloos
zijn.
Leg de kuil niet in de buurt waar woelratten, dassen, muizen of ratten zijn of bekleed de
kuil met iets wat deze dieren weghoudt bijv. fijnmazig gaas.
Leg eerst een laag stro op de bodem.
Leg dan de kolen zonder wortels.
Daarna een laag stro, dan de wortels, een laag stro, dan de knolselderie, een laag stro,
etc.
Liggen alle producten op zijn plaats legt men stro er boven op, daar weer boven op
sparrentakken en tot slot een behoorlijk dikke laag aarde wat goed aangedrukt wordt.
Omdat het 's winters veel kan regenen legt men een zeil of dakplaten op de kuil.
Graaf een diepe sloot rondom de kuil.
Bij extreme koude legt men extra stro of een dikke laag loof/bladeren.
Tijdens het erin leggen van bv. wortelen, aardappels strooi grof gehakte uien
regelmatig over de spullen tegen ratten/muizen.
Leg erover in plaats van stro bij wortels en aardappels, varenbladeren.
Dan geen schimmelaantasting en bij aardappels minder droogterot.
Leg in de kuil ook pepermuntbladeren tegen muizen.
Wil men de kuil weer op dezelfde plaats hebben ieder jaar teel er dan afrikaantjes in de
tijd dat er geen kuil is.
Winteropslag:
Oogst zo laat mogelijk: de oogst is beter rijp en beter afgekoeld.
Men oogst het liefst op de namiddag want dan is alles beter opgedroogd.
Graaf een 80 cm. diepe kuil en leg er 10 cm. stro in, erna legt men dahlia-, gladiool-,
indisch bloemriet (Canna) knollen in een houten kist en plaats deze op het stro, leg
erom heen 20 cm. dik met stro en dan daarop flink wat aarde.
Wintertijd: Als het een vorstvrije en zonnige dag is lucht dan de broeikas en zie erop toe dat de
erin overwinterende planten niet tegen het glas komen, dit alles in verband met
schimmels.
Winterverzorging van de broeikas:
Tijdens de late herfst verspreidt men 1 emmer rijpe compost per 2 m² en werk dit
oppervlakkig onder.
Zorg er bovendien ook voor dat de vorst zijn werk kan doen in verband met de
structuur.
Nu is er een werkbeschrijving van mijn dorsmachine te verkrijgen voor 11 euro incl. porto.
De dorsmachine is voor alle soorten zaden en granen te gebruiken.
Te bestellen via: paul.teepen@ekologiskradgivning.se.